TERUG NAAR DE MIDDELEEUWEN

Er zijn van die nieuwsberichten die met één enkel feit een wereldprobleem een gezicht geeft. Zo werd er onlangs in het zuiden van Thailand uit alle macht geprobeerd een walvis het leven te redden maar het bleek een kansloze missie. De griend had meer dan 80 plastic zakken (8 kilo!) in zijn maag, er was geen ruimte meer voor voedsel. Nu is Thailand een van de landen waar het meeste plastic zakjes wordt gebruikt maar plastic afval in het milieu is wereldwijd een gigantisch probleem. De Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen heeft het afvalprobleem ‘prachtig’ in beeld gebracht, en dan bedoel ik dat de foto’s indrukwekkend mooi zijn, niet de oneindige bergen vuilnis. Hij bestudeerde de afvalstromen in Tokio, Amsterdam en New York en hij fotografeerde de vuilnisbelten van Jakarta, Lagos en Sâo Paulo. De foto’s vertellen een duidelijk verhaal: de wereld heeft een gigantisch afvalprobleem. Dat is niet nieuw, dat weten wij al ‘een beetje langer’. Gemiddeld wordt in Nederland per persoon 500 kilo afval geproduceerd en gebruiken wij 100 kilo plastic (p/p) per jaar. Maar ondanks afspraken en initiatieven op wereld- en Europees niveau en door nationale en lokale overheden lijkt het probleem niet kleiner te worden. En wordt er enorm met het afval heen en weer gesleept. Nu China de import van vuilnis uit Westerse landen aan banden heeft gelegd – 8 miljoen ton per jaar – zitten o.a. Engeland en Italië er nu zelf mee in hun maag (net als de Thaise griend). Er is onvoldoende capaciteit om het vuil te verwerken dus wordt het nu in eigen land verbrand of begraven met alle milieugevolgen van dien. En lijkt het dat gestelde doelen als: in 2025 is de helft van het plastic recyclebaar en in 2050 is onze economie circulair… op diezelfde vuilnisbelt terecht zijn gekomen. Of toch niet, is er nog hoop?

Ja, natuurlijk wordt het in de toekomst beter. Uiteindelijk keert de wal het schip. Het is een kwestie van tijd. Ik was laatst op een bijeenkomst van ‘Holland Circular Hotspot’, een platform van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties, waar Thomas Rau, een zeer inspirerende spreker, een inleiding hield over de circulaire economie. Hij ziet de mens als een tijdelijke gast in een gesloten systeem, de aarde. Daarbinnen is alles even belangrijk voor een stabiele balans met een toekomst. Het hoogste doel is het faciliteren van continuïteit van leven, de economie is daarin de georganiseerde relatie tussen mens en natuur. Hij wil die relatie voorzien van een nieuwe systeemarchitectuur met steeds als uitgangspunt het faciliteren van onze tijdelijke aanwezigheid. Concreet heeft zich dat al vertaald in nieuwe concepten, producten en diensten. In zijn filosofie koop je niet een ‘lamp’ maar koop je ‘licht’. In een lineaire economie onttrek je grondstoffen, in een circulaire economie verbruik je niets, afval bestaat niet, alles wordt hergebruikt. Ik zie het al voor me: als ik mijn overhemd heb afgedragen worden de textielvezels hergebruikt voor de sokken van mijn buurman of voor de poetslappen van mijn schoonmaakhulp of in de vloerbedekking van de kledingwinkel waar ik een nieuw overhemd koop dat deels is gefabriceerd uit een oude jurk van de verkoopster. Het proces is ingewikkelder dan ik hier schets maar dit is het idee.

Ook zouden wij nog meer toe moeten naar een deeleconomie. De jongere generatie heeft al veel minder bezit en delen steeds meer huizen, auto’s, boten en andere duurzame goederen met elkaar. Nieuwe verdienmodellen zoals AirBNB en Über zijn op dit principe gebaseerd. “Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak” zei mijn vader vroeger al tegen mij en daar had hij natuurlijk gelijk in ook al verzamelde hij zelf van alles en nog wat onder het motto: “Wie wat bewaart heeft wat”. En dat is ook prima als het bedoeld is voor hergebruik. Het natuurlijk gevolg van een deeleconomie is dat er minder wordt geproduceerd, dus ook minder afval en minder energie verbruik. Mobiliteit – het noodzakelijk verplaatsen – zou ook veel meer gedeeld moeten worden. Bedrijven zouden werknemers ook met elektrische bussen van huis kunnen halen en/of wij pakken massaal de (elektrische) fiets. Het regent in ons land tenslotte maar 7% van de tijd en de meeste regen valt ook nog ’s nachts. Het verlies van productie, financiële omzet en banen wordt met andere verdienmodellen wel weer gecompenseerd.

En waar wij heel gauw mee moeten stoppen is met het heen-en-weer gesleep van troep. En dan heb ik het over goedkope spullen van een inferieure kwaliteit uit verre landen, zoals China. Meestal in slechte arbeidsomstandigheden geproduceerd met geen of weinig ontzag voor het milieu. En dan moet het hier nog naar toe met schepen, vrachtwagens en vliegtuigen en dan wordt het voor relatief veel geld verkocht door retailketens als Blokker, Action en Big Bazar waarna het na kort gebruik of plezier op de vuilnisbelt terecht komt en het, in het slechtste geval, terug naar China verscheept wordt. Wat dat betreft waren wij in de Middeleeuwen beter af. Transport ging met paarden en zeilschepen, zagen en malen met wind- en watermolens, hutten werden van riet, takken en plaggen gebouwd en kastelen van hout en stenen uit de directe omgeving. Er werd verbouwd en gejaagd wat er nodig was om van te leven en van huiden en vellen werd kleding gemaakt en van botten schaatsen en gereedschap. Hoezo duurzaam? Wat dat betreft is er niets nieuw onder de zon.

Ik ben er van overtuigd dat wij voor – of bijna op – de drempel staan van de circulaire economie. De drempel is hoog en er zijn nog andere obstakels te slechtten maar het gaat gebeuren, we worden er vanzelf toe gedwongen. Schaarste van grondstoffen, onttrokken aan de aarde, werkt hergebruik automatisch in de hand. Want, zoals altijd, bedreigingen creëren kansen. Dat is de taak van ondernemers, zij moeten de leiding nemen om wezenlijke veranderingen tot stand te brengen. De overheid kan dit ondersteunen met wetgeving op basis van het uitstekend werkend principe – dat al zo oud is als de weg naar (de club van) Rome – : ‘de vervuiler betaald’. En kennisinstellingen en wetenschappelijke instituten kunnen belangrijke bijdragen leveren maar het bedrijfsleven, de ondernemers, moeten het doen en de kansen ‘herkennen’. Zij moeten met nieuwe producten, technologieën en verdienmodellen komen. De transitie naar een circulaire economie zal ten koste gaan van het fossiele en lineaire bedrijfsleven maar het biedt tegelijk veel kansen: voor Nederland een financieel voordeel van 7,3 miljard Euro en structureel 54.000 extra banen. Hiervoor is een fundamentele verandering nodig van een heel systeem: ontwerp, productie, consumptie en hergebruik. En het vraagt om oplossingen op diverse niveaus, cultuurveranderingen en betere regelgeving. Financiële toegang, kennisuitwisseling en stimulatie van technische en sociale innovatie zijn hierbij essentieel.

Dat is ook de boodschap van Thomas Rau: “Don’t change the economy but change the spirit of the economy”. Alleen dan kunnen wij blijven werken aan een schone en welvarende toekomst. En hoeven wij niet terug naar de Middeleeuwen.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology