Elke keer weer als ik Eric Wiebes op de televisie zijn beleid zie verdedigen dan denk ik: het is geen beleid. En elke keer als ik in de krant de visie van deze minister lees dan denk ik: er is geen visie. Ja, hij profileert zich goed, hij is sinds zijn aantreden flink bezig. Hij hakt knopen door, neemt beslissingen en draait gaskranen dicht. Maar is wat hij doet ook verstandig? Is zijn daadkracht ook maar enigszins onderbouwt? Of is zijn plan net zo bouwvallig als de Groninger huizen en boerderijen die dreigen in te storten. En zakt straks ook zijn strategie net zo in als de grond onder de voeten van de bewoners van Loppersum? Nou ja, ik zie het als de zoveelste aflevering in een tragikomische dramaserie waar Netflix jaloers op zou kunnen zijn. De Groningse plattelanders tegen het Haagse establishment en de rest van Nederland met de NAM als een soort Al Capone die met een ‘verdeel-en-heers-politiek’ altijd aan het langste eind zal trekken. Een en ander tegen een decor van met aardbevingen geplaagde troosteloze kleiakkers, onbewoonbaar verklaarde woningen, ineengestorte boerenbedrijven, weggezakte kavels en dakloze burgers en buitenlui. En met een nieuwe gastrol voor superman Eric Wiebes. Als het niet zo tragisch was zou je er om kunnen lachen.

Ik vind het allemaal zo kortzichtig. Het plotselinge besluit om de gaskraan dicht te draaien is onder de druk van de publieke opinie genomen. Och, die arme Groningers… het beeft wat. En de televisie brengt het leed van de scheuren in ‘de Grunninger’ gemeenschap haarscherp in beeld en brengt dit maar al te graag in de met aardgas verwarmde huiskamers van de rest van Nederland. Och, het is me toch wat. Je zou er bijna een televisie inzamelingactie voor willen organiseren ware het niet dat wij al flink via de gasprijs betaald hebben. Dat de opbrengsten daarvan niet bij de Groningers komen, daar kunnen wij toch niets aan doen?
En waarom zouden wij ook? Dankzij Napoleon hebben wij allemaal recht op dat gas en op de winst. Die heeft bij de wet bepaald: de suikerbieten in de grond zijn van boer Piebis, het aardgas onder de grond is van volksvertegenwoordiger Wiebes, dus van alle Nederlanders.

En daarom vind ik dit: Nederland moet niet van het gas af, Nederland moet juist aan het gas! Wat een onzinnig plan om die gaskraan in 2030 definitief dicht te draaien. Waarom zou Nederland dat moeten doen? De landen om ons heen zullen het niet begrijpen. Die willen juist aan het aardgas. En Nederland heeft de meeste kennis van deze schone fossiele energiebron als grootste aardgasproducent van Europa. Niet voor niets heeft de overheid als doelstelling een belangrijke rol te willen spelen in Noordwest-Europa in de doorvoer en tijdelijke opslag van aardgas, de zogenaamde aardgasrotonde. En dan gaan wij ons eigen gas niet benutten, niet ten gelde maken? Wat een kapitaalvernietiging! En de miljarden Euro’s investeringen aan infrastructuur en gasnetwerken in de grond, gewoon maar afschrijven? Er zit in het Groningerveld nog 646 miljard m3 in de grond en de kleine aardgasvelden kunnen ook nog 150 miljard m3 leveren. Denk eens in hoeveel geld dat vertegenwoordigd. En de Staat der Nederlanden heeft altijd flink van de baten geprofiteerd. Sinds de gaswinning in 1960 is begonnen is al een slordige € 265 miljard de staatskas binnengevloeid. De belasting op gas en de export naar het buitenland is goed voor tussen de 5% en 10% van de totale Rijksinkomsten van de Nederlandse staat. En hoe wordt dat na 2030 gecompenseerd? Niet door extra belasting te gaan heffen op het gebruik van aardgas, wat zij van plan is als jij niet van het gas af gaat. De Nederlandse Staat dwingt – hoezo dictatuur? – de burger van het gas af te gaan. Ja, in de nieuwbouw kunnen alternatieven als warmtepompen en zonenergie wel uit maar het kost tienduizenden Euro’s om bestaande woningen om te bouwen. En dat hoeft ook helemaal niet. De infrastructuur die er ligt is met relatieve goedkope aanpassingen perfect te gebruiken voor schone alternatieven zoals bijvoorbeeld biogas, waterstof en ammoniak.

Maar misschien wel de belangrijkste reden om ons Groninger gas op te gaan gebruiken is deze. Het is de schoonste fossiele brandstof die je maar kunt bedenken. Het levert de meeste energie met de minste uitstoot van CO2, zelfs 30% minder dan bij olie en 60% minder ten opzichte van steenkool. Dus willen wij met de huidige economische groei het klimaatakkoord van 2040 halen (49% minder C02 uitstoot dan in 1990) dan kunnen wij voorlopig beter door gaan met het schone aardgas en het gebruiken als transitiebrandstof. Ondertussen kunnen wij dan werken aan goed doordachte en betaalbare alternatieven. Want verreweg het grootste deel van de opgewekte elektriciteit komt van olie en steenkool gestookte centrales. Die behoefte is niet te voorzien met elektriciteit afkomstig van windmolens en zonnepanelen, écht onmogelijk. De infrastructuur is er bij lange na niet op ingericht en opslagcapaciteit voor energie is nog niet voorhanden. Met aardgas kunnen wij ook heel veel schonere elektriciteit produceren. En andersom: elektriciteit opgewekt door wind- en zonenergie kan worden omgezet naar gas, zoals waterstof en methaan. Op het moment van onvoldoende afname van elektriciteit en het ontbreken van de mogelijkheid voor opslag van het surplus, kan het op die manier worden geïnjecteerd in het gasnetwerk: power-to-gas.

Dus, Nederland moet niet van het gas maar aan het gas (blijven). En de Groningers? Och ja, de Groningers. Nou, ik zou als de Staat der Nederlanden ze goed compenseren. Geef ze allemaal een miljoen voor hun wrakke huis of hun verzakte boerderij en laat ze op kosten van de Staat verhuizen naar veiliger oorden. Geef ze een nieuwe woning en een afkoopsom en ontwikkel in de aardgaswingebieden een toeristische trekpleister die zijn weerga niet kent. Laat alle ingezakte grond vollopen met water en je krijgt een prachtig merengebied waar volop gezeild en gevaren kan worden. Verbind alle meren met kanalen en vaarten en Friesland krijgt er een geduchte concurrent bij. Al die kunstmatige waterwerken kunnen ook nog gebruikt worden als bufferbasis voor het opslaan van het overschot aan wind- en zonenergie. Dit levert de Groningers veel werkgelegenheid en economische groei op en het geld wat er wordt verdient blijft dan wèl in de provincie. Dat lijkt mij een beter toekomstperspectief. Want het gas raakt een keer op, dat is waar. Maar voor het zover is kunnen wij beter er alles uithalen wat er in zit. Voor alle duidelijkheid: dit denkbeeld is net zo onzinnig en onrealistisch als het plan van minister Wiebes. Dus blijven wij ondertussen gewoon doorwerken aan een schone en welvarende toekomst. Zet de pompen alvast maar aan!

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

Thank you for visiting us at UK Biomethane and Gas Vehicles and we hope to see you again soon!
Meanwhile if you have any questions please feel free to contact us

DMT Environmental Technology zal op UK AD en World Biogas Expo 2018 onthullen hoe haar membraantechnologie een kwart miljard kubieke meter biomethaan heeft opgewaardeerd, genoeg groen gas om 227.000 huizen te verwarmen en duizenden voertuigen wereldwijd van stroom te voorzien. Ook gaat DMT zijn eerste in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verkoop- en serviceteam introduceren. Het nieuwe team gaat de service uitbreiden naar de UK en aan haar klanten in het Verenigd Koninkrijk. Het zal nieuwe ontwikkelaars helpen eenvoudig toegang te krijgen tot de innovatieve, rendement genererende upgradingtechnologie van DMT. Lees verder

Er zijn van die nieuwsberichten die met één enkel feit een wereldprobleem een gezicht geeft. Zo werd er onlangs in het zuiden van Thailand uit alle macht geprobeerd een walvis het leven te redden maar het bleek een kansloze missie. De griend had meer dan 80 plastic zakken (8 kilo!) in zijn maag, er was geen ruimte meer voor voedsel. Nu is Thailand een van de landen waar het meeste plastic zakjes wordt gebruikt maar plastic afval in het milieu is wereldwijd een gigantisch probleem. De Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen heeft het afvalprobleem ‘prachtig’ in beeld gebracht, en dan bedoel ik dat de foto’s indrukwekkend mooi zijn, niet de oneindige bergen vuilnis. Hij bestudeerde de afvalstromen in Tokio, Amsterdam en New York en hij fotografeerde de vuilnisbelten van Jakarta, Lagos en Sâo Paulo. De foto’s vertellen een duidelijk verhaal: de wereld heeft een gigantisch afvalprobleem. Dat is niet nieuw, dat weten wij al ‘een beetje langer’. Gemiddeld wordt in Nederland per persoon 500 kilo afval geproduceerd en gebruiken wij 100 kilo plastic (p/p) per jaar. Maar ondanks afspraken en initiatieven op wereld- en Europees niveau en door nationale en lokale overheden lijkt het probleem niet kleiner te worden. En wordt er enorm met het afval heen en weer gesleept. Nu China de import van vuilnis uit Westerse landen aan banden heeft gelegd – 8 miljoen ton per jaar – zitten o.a. Engeland en Italië er nu zelf mee in hun maag (net als de Thaise griend). Er is onvoldoende capaciteit om het vuil te verwerken dus wordt het nu in eigen land verbrand of begraven met alle milieugevolgen van dien. En lijkt het dat gestelde doelen als: in 2025 is de helft van het plastic recyclebaar en in 2050 is onze economie circulair… op diezelfde vuilnisbelt terecht zijn gekomen. Of toch niet, is er nog hoop?

Ja, natuurlijk wordt het in de toekomst beter. Uiteindelijk keert de wal het schip. Het is een kwestie van tijd. Ik was laatst op een bijeenkomst van ‘Holland Circular Hotspot’, een platform van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties, waar Thomas Rau, een zeer inspirerende spreker, een inleiding hield over de circulaire economie. Hij ziet de mens als een tijdelijke gast in een gesloten systeem, de aarde. Daarbinnen is alles even belangrijk voor een stabiele balans met een toekomst. Het hoogste doel is het faciliteren van continuïteit van leven, de economie is daarin de georganiseerde relatie tussen mens en natuur. Hij wil die relatie voorzien van een nieuwe systeemarchitectuur met steeds als uitgangspunt het faciliteren van onze tijdelijke aanwezigheid. Concreet heeft zich dat al vertaald in nieuwe concepten, producten en diensten. In zijn filosofie koop je niet een ‘lamp’ maar koop je ‘licht’. In een lineaire economie onttrek je grondstoffen, in een circulaire economie verbruik je niets, afval bestaat niet, alles wordt hergebruikt. Ik zie het al voor me: als ik mijn overhemd heb afgedragen worden de textielvezels hergebruikt voor de sokken van mijn buurman of voor de poetslappen van mijn schoonmaakhulp of in de vloerbedekking van de kledingwinkel waar ik een nieuw overhemd koop dat deels is gefabriceerd uit een oude jurk van de verkoopster. Het proces is ingewikkelder dan ik hier schets maar dit is het idee.

Ook zouden wij nog meer toe moeten naar een deeleconomie. De jongere generatie heeft al veel minder bezit en delen steeds meer huizen, auto’s, boten en andere duurzame goederen met elkaar. Nieuwe verdienmodellen zoals AirBNB en Über zijn op dit principe gebaseerd. “Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak” zei mijn vader vroeger al tegen mij en daar had hij natuurlijk gelijk in ook al verzamelde hij zelf van alles en nog wat onder het motto: “Wie wat bewaart heeft wat”. En dat is ook prima als het bedoeld is voor hergebruik. Het natuurlijk gevolg van een deeleconomie is dat er minder wordt geproduceerd, dus ook minder afval en minder energie verbruik. Mobiliteit – het noodzakelijk verplaatsen – zou ook veel meer gedeeld moeten worden. Bedrijven zouden werknemers ook met elektrische bussen van huis kunnen halen en/of wij pakken massaal de (elektrische) fiets. Het regent in ons land tenslotte maar 7% van de tijd en de meeste regen valt ook nog ’s nachts. Het verlies van productie, financiële omzet en banen wordt met andere verdienmodellen wel weer gecompenseerd.

En waar wij heel gauw mee moeten stoppen is met het heen-en-weer gesleep van troep. En dan heb ik het over goedkope spullen van een inferieure kwaliteit uit verre landen, zoals China. Meestal in slechte arbeidsomstandigheden geproduceerd met geen of weinig ontzag voor het milieu. En dan moet het hier nog naar toe met schepen, vrachtwagens en vliegtuigen en dan wordt het voor relatief veel geld verkocht door retailketens als Blokker, Action en Big Bazar waarna het na kort gebruik of plezier op de vuilnisbelt terecht komt en het, in het slechtste geval, terug naar China verscheept wordt. Wat dat betreft waren wij in de Middeleeuwen beter af. Transport ging met paarden en zeilschepen, zagen en malen met wind- en watermolens, hutten werden van riet, takken en plaggen gebouwd en kastelen van hout en stenen uit de directe omgeving. Er werd verbouwd en gejaagd wat er nodig was om van te leven en van huiden en vellen werd kleding gemaakt en van botten schaatsen en gereedschap. Hoezo duurzaam? Wat dat betreft is er niets nieuw onder de zon.

Ik ben er van overtuigd dat wij voor – of bijna op – de drempel staan van de circulaire economie. De drempel is hoog en er zijn nog andere obstakels te slechtten maar het gaat gebeuren, we worden er vanzelf toe gedwongen. Schaarste van grondstoffen, onttrokken aan de aarde, werkt hergebruik automatisch in de hand. Want, zoals altijd, bedreigingen creëren kansen. Dat is de taak van ondernemers, zij moeten de leiding nemen om wezenlijke veranderingen tot stand te brengen. De overheid kan dit ondersteunen met wetgeving op basis van het uitstekend werkend principe – dat al zo oud is als de weg naar (de club van) Rome – : ‘de vervuiler betaald’. En kennisinstellingen en wetenschappelijke instituten kunnen belangrijke bijdragen leveren maar het bedrijfsleven, de ondernemers, moeten het doen en de kansen ‘herkennen’. Zij moeten met nieuwe producten, technologieën en verdienmodellen komen. De transitie naar een circulaire economie zal ten koste gaan van het fossiele en lineaire bedrijfsleven maar het biedt tegelijk veel kansen: voor Nederland een financieel voordeel van 7,3 miljard Euro en structureel 54.000 extra banen. Hiervoor is een fundamentele verandering nodig van een heel systeem: ontwerp, productie, consumptie en hergebruik. En het vraagt om oplossingen op diverse niveaus, cultuurveranderingen en betere regelgeving. Financiële toegang, kennisuitwisseling en stimulatie van technische en sociale innovatie zijn hierbij essentieel.

Dat is ook de boodschap van Thomas Rau: “Don’t change the economy but change the spirit of the economy”. Alleen dan kunnen wij blijven werken aan een schone en welvarende toekomst. En hoeven wij niet terug naar de Middeleeuwen.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

Een tijdje terug zat ik in het vliegtuig wat te mijmeren over wat ik net had meegemaakt op de beurs in München. Wij waren daar met DMT vertegenwoordigd met een stand op de IFAT, de internationaal leidende vakbeurs voor (riool)water, afval en recycling. Er waren vele bedrijven (3.000) én bezoekers (140.000) van over de hele wereld aanwezig. En ik heb mij weer verbaasd over de tamelijk gebrekkige wijze van communiceren onderling. Wat zitten veel mensen toch te ‘klooien’ met en in vreemde talen. Wij Nederlanders kunnen ons over het algemeen redelijk verstaanbaar maken, vooral mijn generatie, vaak in meerdere talen. Dat is historisch zo gegroeid. Als klein landje met weinig natuurlijke grondstoffen moesten wij voor de groei van onze economie ons wel op de internationale handel richten. Op de middelbare school hadden wij naast Nederlands als basis ook Engels, Duits en Frans. Later kwam er nog Spaans bij, als keuzevak. Nu is dat geen regel meer en ik merk dat met name jongeren een achterstand oplopen in hun talenkennis. Ja, de meesten spreken wel redelijk Engels maar daar kom je niet altijd even ver mee. Duitsers en Fransen beheersen het Engels over het algemeen minder goed dus wil je goede zaken doen met een Duitser of een Fransman dan kun je maar beter hun taal verstaan, én spreken. In het onderwijs is de tweede vreemde taal zo goed als weggevallen. Sterker nog: op veel hogescholen en universiteiten wordt bijna alleen nog maar in de Engelse taal gedoceerd ‘want dat zou goed zijn voor de taalontwikkeling’. Probleem is echter: het niveau van het Engels van de docenten is over het algemeen ‘als steenkolen’ en ja, dan leer je het als student nog verkeerd ook. En het is een bedreiging voor het niveau van onze Nederlandse taal. Als ik zie hoeveel fouten er in sollicitatiebrieven en CV’s worden gemaakt, het is soms bedroevend. En hoe onze taal op sociale media wordt gebruikt helpt ook al niet mee. Ik vind het dan ook heel jammer dat het met Esperanto, de in 1887 ontwikkelde kunsttaal, uiteindelijk niets is geworden. Deze internationaal gemakkelijk te leren taal had alle landen van de wereld kunnen verbinden: sociaal, economisch en politiek. “Lingvo por ĉiuj ni. Éen taal voor ons allemaal.” Ik pleit er dan ook voor dat binnen de Europese Unie – maar beter nog: wereldwijd – afspraken worden gemaakt over het voeren van één hoofdtaal, naast de eigen taal. Voor het gemak zou dat nu Engels kunnen zijn, het meest ingevoerd, maar ook Spaans zou een keuze kunnen zijn. Dan zouden wij ook eens in een internationaal gezelschap gezamenlijk kunnen lachen om een mop: “I beg your pardon”? “Yes, paarden.”

Nu wij het toch over onderwijs hebben, er wordt wel gezegd dat het niveau van de gemiddelde Nederlandse student niet zo hoog ligt. Maar onderzoeken en cijfers spreken dat tegen. Nederland bezet liefst de 9e plaats op een lijst van 76 landen betreffende het niveau van de studenten, met name getest op de exacte vakken natuur- en wiskunde. De hoogste scores zijn gemeten in Aziatische landen die ook de top 5 vormen, gevolgd door Finland, Estonia, Zwitserland en Nederland. En dat terwijl Engeland (20e) en Amerika (28e) in de perceptie van veel mensen heel hoog aangeschreven staan. Maar ik kan wel beamen dat het niveau van Nederlandse studenten vrij hoog is. Wij hebben in de loop der jaren veel internationale studenten en stagiaires binnen DMT gehuisvest. Bij ons kunnen zij onderzoek doen en hun masteropleiding afronden. Zij komen van universiteiten en hogescholen uit Portugal, Frankrijk, Venezuela, Duitsland, Griekenland, Oostenrijk, Noord-Ierland, Spanje, Bolivia, USA en natuurlijk uit ons eigen land: Delft, Wageningen, Groningen, Den Bosch, Zwolle, Enschede, Nijmegen/Arnhem en Leeuwarden. Nu kan ik niets écht vergelijken want wij hebben geen representatief onderzoek gedaan. Bovendien hebben wij uit het buitenland ongetwijfeld het ‘crème de la crème’ aan studenten want als je helemaal naar Joure durft te komen dan ben je per definitie ambitieus en avontuurlijk ingesteld. Maar… ik kan wel stellen dat de universiteiten en hogescholen in Nederland een goed niveau studenten levert. En daar komt nog bij: de Nederlandse student combineert theoretische kennis vaak met een praktische aanpak in tegenstelling tot veel buitenlandse studenten die zó theoretisch zijn dat het wel eens lijkt alsof zij van een andere planeet komen. Er is soms geen normaal gesprek mee te voeren. Maar ik moet ook eerlijk zeggen: hun kennis gaat die van mij vaak te boven. Ik moet vooral kijken naar wat wij er mee kunnen, hoe wij het gaan toepassen en hoe wij daar een verdienmodel van kunnen maken.

Wij krijgen steeds betere studenten die bij DMT komen voor een promotieonderzoek. Het is gelukkig niet meer zo dat de toppers van de TU Delft rechtsreeks via de rode loper bij Shell binnenwandelen. Want velen gaan niet alleen maar voor geld en carrière. Ze willen ook goed bezig zijn en hun kennis duurzaam inzetten. En, waar ik ook blij mee ben: wij zien steeds meer vrouwen onze technische mannenwereld binnenstappen. Dat mag ik graag zien. Vrouwen binnen een mannenbolwerk tonen een extra bewijsdrang en zijn heel serieus met hun werk bezig. Net als buitenlandse studenten en werknemers die veel ambitie laten zien. Die veel hebben achtergelaten en opgegeven om hier te mogen studeren of werken en die dus zeer gedreven zijn om te willen slagen. Dat is ook de toekomst: bedrijven met ondernemende medewerkers, gender- en nationaliteitneutraal. Waarbij alleen de output telt. En er is ruimte voor in ons onderwijssysteem en er is in bepaalde sectoren ook een grote behoefte aan jonge mensen. Bijvoorbeeld, in de waterbedrijven is een enorme leegloop aan de gang, het lekt daar op grote schaal grijze werknemers. Over vijf jaar is daar een groot probleem wegens gebrek aan goede technisch geschoolde mensen. Laat de ‘engineers’ maar komen, ook uit andere landen. Wij leiden ze wel op en kunnen de talenten hier proberen te houden. En anders gaan ze terug naar eigen land en brengen de verkregen kennis daar in de praktijk. Ook goed. Dan komt het via een omweg wel bij ons terug. Er moet blijvend geïnvesteerd worden in onderwijs, dat levert goed opgeleide en gemotiveerde werknemers op. Daar moeten wij het tenslotte van hebben. Dat is het kapitaal van de onderneming. Daarom hebben wij nu bij DMT ook HR-managers die de juiste mensen zoeken voor de juiste job en kiezen wij niet meer de beste van de vijf sollicitanten. Net als bij een sport als voetbal ben je het meest succesvol als het team goed is samengesteld en ook samenwerkt als een team waarbij het individueel belang ondergeschikt is. Zo werken wij ook. Ook met als risico dat ik op een dag het veld moet ruimen als ‘de coach’ onderpresteert. Alleen met goed geschoolde en gemotiveerde medewerkers kunnen wij blijven werken aan een schone en welvarende toekomst. Die taal, verstaan wij allemaal.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

DMT Environmental Technology was present at IFAT 2018 in Munich this year.
To everyone who visited us at the stand this year, thank you very much. We hope to see you again soon!