Gelukkig… wij zijn alweer een mooi stuk onderweg in het nieuwe jaar. Ver genoeg om de verplichte ‘beste wensen’ of ‘…en vooral een gezond nieuwjaar’ niet meer uit te hoeven spreken. Want dat wens ik u altijd toe, ongeacht wat de kalender hierover aangeeft. Het was mij het oudejaarsfeestje weer wel. Wat een idioterie. Zeventig miljoen miljoen euro in een paar minuten in rook te zien opgaan. En voor tonnen aan fijnstof, zware metalen en plastic de lucht in te schieten. Er is voor 14 miljoen euro schade aangericht en 434 vuurwerkslachtoffers zijn het ziekenhuis ingeschoten. En twee het mortuarium in. Een goed begin? Nou nee. Op zo’n moment denk ik dan: wat zijn wij toch een primitief volkje. Inwoners van een van de meest welvarende landen ter wereld, technisch en economisch tot heel veel in staat maar politiek en bestuurlijk niet bij machte om de excessen van groepen primaten te beteugelen. Een brevet van onvermogen. Over primitief gesproken…

Ongeveer twee maanden geleden, in dezelfde week dat er weer een ruimtesonde landde op Mars, werd bekend dat op het Noord-Sentineleiland een Amerikaanse missionaris is omgekomen door een regen van pijlen uit de bogen van het laatste oervolk op aarde: de Sentilezen. Het contrast kan niet groter. De techniek die er voor nodig is om de InSight-sonde op de rode planeet neer te zetten is bijna niet voor te stellen. De reis er naar toe duurde zeven maanden en was 482 miljoen kilometer ver. Met een uiterste precisie is de sonde, vol met hypermodern, wetenschappelijke technisch vernuft, met een snelheid van 20.000 kilometer per uur onder een hoek van 12 graden de dampkring van Mars binnengedrongen – één graad er naast en de sonde van ruim 1 miljard dollar was verbrand – en binnen zeven minuten met parachutes en remmotoren voldoende afgeremd tot het met een zacht plofje van 8 kilometer per uur op het Marsoppervlak kon landen. Nog geen negen minuten later had het de eerste selfie in de woestijn van Elysium Planitia al naar de Aarde doorgestuurd met op de achtergrond de horizon van Mars. Voor zover wij weten is de InSight-sonde niet onthaald met een regen van pijlen of van Marsgesteente door aldaar woonachtige aliens.

Dat overkwam de Amerikaanse geloofsverkondiger dus wel. Geheel in de traditie van de kerk had hij zijn zinnen er op gezet de ‘laatste wilden’ van deze planeet tot het christendom te bekeren. De Sentilezen waren hier duidelijk niet van gediend. Ondanks het verbod van de Indiase regering het eiland te betreden was onze dappere dodo door vissers op het maagdelijke strand afgezet en trad onder bescherming van kruis, bijbel en een stralende glimlach een wisse dood tegemoet. Ik geloof niet dat de Sentilezen dit vanuit agressie of kwaad hebben gedaan maar zij willen gewoon geen invloeden van buitenaf en dulden geen vreemdelingen, pottekijkers, autoriteiten of wie dan ook op hun eiland. En geef ze ongelijk, want wat voor goeds heeft dat in het verleden gebracht? Onder het mom van de missie zijn door het instituut kerk en haar vertegenwoordigers vele rijke en vredelievende inheemse culturen verstoord, weggevaagd, beroofd, onderdrukt, gemarteld en gedood. En was het niet een missionaris dan wel de ontdekkingsreiziger of de cultureel antropoloog die een spoor van bacteriën en virussen meedroegen die op hun beurt hele stammen hebben gedecimeerd of uitgeroeid. Logisch dat de Sentilezen ‘met de kennis van nu’ zeggen: “Blijf lekker daar waar jij bent en laat ons met rust. Wij redden ons prima: wij zitten de hele dag in de blote kont op het strand, duiken af en toe de branding in, vangen eens een visje, schieten met de blaaspijp een aapje uit de boom, gaan ’s avonds lekker barbecuen, drinken een glaasje palmwijn, doen een dansje en kruipen ’s nachts onder de bamboebladeren lekker tegen de rug van ons liefje aan. Wie doet ons wat?” Dat is dus het punt. Wie hun wat wil doen is de klos, en wordt lekgeschoten met pijlen, begraven op het strand, weer opgegraven en op bamboestengels gespietst met het gezicht naar de zee. Als een soort prehistorisch verbodsbord met de niet mis te vatten betekenis: verboden voor onbevoegden.

Ik vind dat mooi. Het contrast met de tijd waarin wij leven en waarin zij leven. Het is dezelfde tijd maar met voor ons en voor hun een heel andere betekenis. Zij leven nog op dezelfde wijze, in de steentijd, zoals ooit 40.000 jaar geleden in Afrika. Puur. Elke dag hetzelfde als de dag ervoor. En wij? Wij zijn alleen maar bezig met morgen, met groei, met technische ontwikkelingen, met kunstmatige intelligentie, met onmogelijke uitdagingen met als gevolg dat wij sondes op Mars kunnen zetten. Wij zeggen: ‘dit is dé sonde van deze tijd’. De Sentilees zou zeggen: ‘zonde van de tijd’. Want wij creëren verdienmodellen uit onze ontwikkelingsdrift, werken ons een slag in de rondte, trotseren files en stress en dat allemaal om uiteindelijk drie weken op vakantie te kunnen gaan om…. op het strand te zitten, lekker te BBQ-en, een drankje te drinken en een dansje te doen en.. en… Precies…! Dat doen de Sentilezen al duizenden jaren. Ik denk wel eens: “Wie is hier nu gek?”

Maar ja. Ik ben geen Sentilees en zal er niet een kunnen worden. Ze zien mij al aankomen met mijn technische oplossingen voor een schoner milieu. Ze lachen mij vierkant uit, doen een dansje en laten het pijlen regenen. Maar het heeft mij wel weer aan het denken gezet. De milieuproblematiek en de opwarming van de aarde is het gevolg van onze ongebreidelde expansiedrift. De prijs die wij hiervoor moeten betalen (in de betekenis van wat wij allemaal kwijt raken) is hoog. En de wetenschap zal er vast bij gebaat zijn om de samenstelling van Mars te onderzoeken maar laten wij vooral niet vergeten goed voor onze eigen planeet te zorgen. En wat wij kunnen herstellen moeten wij niet nalaten te doen. Het is nog niet te laat maar wij mogen onze ogen niet sluiten voor de tekens aan de wand. Wonen en leven op Mars is nog een utopie en het onbedorven, tropisch eilandje van de Sentilezen is voor ons allen wat te klein, bovendien laten de eilanders ons niet toe. Dus blijven wij van DMT maar beter werken aan een schone en welvarende toekomst. En als nu elke wereldburger dat principe hanteert dan komt het hier op aarde vast wel goed. Dáárvoor hoeven wij niet naar een andere planeet.

Erwin Dirkse

CEO DMT Environmental Technology

De vorige keer op deze plek schreef ik over Sinterklaas en zijn veelkleurige Piet. Ik zou het nu even over de Kerstman kunnen hebben. Maar ach… die goeie oude lobbes van een Kerstman, daar ga ik mij nu niet druk over maken. Toch is het wel een leuk weetje dat de Kerstman oorspronkelijk afstamt van onze Sinterklaas. Dat zit zo. Kolonisten uit Nederland die eind 19e eeuw naar Noord-Amerika emigreerden namen naast hun koffers ook hun eigen folklore en cultuur mee, waaronder het Sinterklaasfeest. In de loop van de tijd verbasterde de naam ‘Sinterklaas’ tot het huidige ‘Santa Claus’ en deed onze Sint in een iets andere outfit later zijn intrede weer in Nederland, én in de rest van de wereld. Ingewikkeld? Nee hoor, eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de Kerstman een leugen in een leugen is en een genetisch gemanipuleerde Sinterklaas. Maar wij kunnen ook vaststellen dat de Kerstman of Santa Claus of Father Christmas of Père Noël of Papá Noel… eigenlijk Neerlands grootste exportproduct aller tijden is. En als wij nu op tijd zo slim waren geweest het idee-, kopie-, model- en merkenrecht op Santa Claus te claimen dan waren wij nu met stip het rijkste land ter wereld geweest (nu bezetten wij de 14e plek, wat ook niet slecht is trouwens).

De Kerstman, en met hem de vele hulp-kerstmannen, hebben in Nederland nu wel een probleem. Er zijn bijna geen rendieren meer te krijgen om voor hun karretje te spannen nu Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen de voorraad edelherten drastisch aan het afschieten is. Hoe schrijnend is het als je weet dat veel rendierbouten en -ruggen tijdens het feest van hun baasje op het Kerstmenu prijken. Maar ja, de natuur mag niet zijn eigen gang gaan in een door regels en ambtenaren bestuurd Nederland. En zelfs de Partij voor de Dieren weet de afschot niet te voorkomen maar de herten in de natuur laten verhongeren is voor deze dierenvrienden ook geen optie. Die beelden zijn niet goed voor de publieke opinie. Vooral randstedelingen – die het verst van de natuur af staan – maken zich hier graag druk over en zien de Oostvaardersplassen als een hertenkamp waar je in de winter met goed geweten je aardappelschillen over het gaas kunt gooien om de hertjes even bij te voeren. “Ze zijn zo lief….” Maar het is de landelijke- en de provinciaalse politiek die het zover heeft laten komen. Een kek idee – wij creëren een nieuwe wildernis, da’s leuk joh! – eindigt daarmee in een bloederige nachtmerrie zonder winnaars, behalve misschien dan de poelier.

En zie wat er gebeurt. Niemand neemt écht verantwoordelijkheid voor de situatie die is ontstaan. Dat is het kenmerk van democratisch gekozen, openbare lichamen. Als het mis gaat kijkt iedereen de andere kant op. Churchill heeft al eens gezegd: “Democratie is de minst slechte regeringsvorm”. Maar hij was tenminste wel een leider. En dat zien wij steeds minder, frontmannen (of -vrouwen) die verantwoordelijkheid durven te nemen en ergens voor staan. Waar zijn ze gebleven? Premiers als Lubbers, Van Agt, Kok en politici als Bos en Bolkestein. Staatsmannen die echt voorop liepen, een duidelijke mening hadden en consequent waren in hun woorden en daden. Kom daar nu eens om. Met een minister-president die alles wat krom is recht weet te buigen en kabinetsleden die geen stelling durven te nemen maar zich lekker verschuilen onder de paraplu van de coalitie. Maar ja, het past in de tijd. ‘Afschuiven’ is onder politici het werkwoord van nu. En de ambtenaren doen het echte werk wel. Die zijn de consequente factor. Politici komen en gaan of verschuiven maar ambtenaren, die blijven zitten. Die soort heeft geen natuurlijke vijand.

Politicus of manager, het is om het even. Want een ander woord voor ‘afschuiven’ is ‘managen’. Een manager is per definitie aan het afschuiven ook al heet het in hun eigen jargon ‘delegeren’. En ja, dat past ook in de tijd van nu. De oprukkende managers nemen de macht over van de bestuurders en de ondernemers. En creëren vervolgens chaos die alleen zij weten te managen. Zo zorgen zij voor hun eigen onmisbaarheid en afhankelijkheid. In het bedrijfsleven is dat levensgevaarlijk. Managers die zand in de ogen strooien van de ondernemers en die bij opdoemende problemen – als zij door de vloer dreigen te zakken – weer verdwenen zijn vóórdat de CEO zijn ogen schoon heeft kunnen vegen. In andere tijden waren er ondernemers die tot de verbeelding spraken. Waar zijn ze gebleven? Entrepreneurs als Boymans van Beuningen, Anton, Frits of Gerard Philips, Fentener van Vlissingen… Ja, nu heb je John de Mol en Joop van den Ende. En er zijn er nog wel een paar te noemen maar échte grootheden? Die vanuit het niets een grote tent opzetten? Nieuwe jonge rijken genoeg, als je de Quote 500 mag geloven. Maar de meeste jongeren verdienen hun ‘goud geld’ in het voetbal, de DJ-muziek of de media industrie. Ondernemers met durf, toekomstvisie en kennis van hun eigen product zijn een uitstervend soort.

Ondernemerschap = leiderschap. En daar ontbreekt het vaak aan. Kijk naar premier Rutte, duidelijk een product van zijn tijd. Als voormalige personeelsmanager bij Unilever – met alle respect – ‘managed’ hij nu, als hoogste politieke baas, ons land. Hij lacht wat, draait wat met zijn kont, doet alsof zijn neus bloed, kijkt wat verongelijkt, schrijft een brief aan het volk en komt zo overal mee weg, als een échte manager (cynisch). Maar een échte manager (serieus) verstaat zijn ambt. En brengt de kennis, vakmanschap en kwaliteit over op anderen. Zoals Van Gaal, Koeman en Hiddink dat kunnen in het voetbal. Maar een voetballer kan een manager zijn maar een manager is nog geen voetballer. En een manager kan geen ondernemer zijn maar een ondernemer wel een manager. Snapt u het nog? Een geneesheer kan dus wel een ziekenhuis besturen maar een manager kan niet opereren, althans niet op de OK. Hoe dan ook, een goede manager moet een goede leider zijn. Die moet medewerkers bij een bedrijf, of ambtenaren bij overheden, motiveren en enthousiasmeren, een voorbeeld voor anderen zijn en iedereen met hun neus in de juiste richting sturen. Managers heb je in alle soorten en maten. Laatst hoorde ik iemand over een ‘tevredenheidsmanager’ en ik was er niet eens verbaasd over. Tot ik begreep dat deze manager krokettenbakker in de bedrijfskantine bleek te zijn. Ja, dan bak je ze wel héél bruin.

Ik hoop op z’n minst dat u met een tevreden gevoel de feestdagen in kunt gaan – manager of niet – en wens u fijne feestdagen en een voorspoedig, schoon en welvarend nieuw jaar.

Erwin Dirkse
CEO DMT Environmental Technology

“Waar gáát het over?” Deze vraag stel ik mijzelf vaker dan mij lief is. Eigenlijk alle keren als ik geconfronteerd wordt met onzin die ik op de televisie, de radio of op nieuwssites tegenkom. Ik verbaas mij met regelmaat waar mensen zich zoal druk over kunnen maken. Ook nu weer. Standaard laait in november de discussie weer op over de kleur van Piet, u weet wel, de knecht van Sinterklaas. Oh, sorry, ik bedoel: de collega van Sinterklaas, ‘knecht’ mag vast ook niet meer. Nog even en de discussie gaat ook over de kleur van Sinterklaas en over het geslacht van de goedheiligman: gaan ze roepen dat het beter is dat de kindervriend voortaan genderneutraal door het leven moet gaan want voordat je het weet komt een gekwetste kleuter met: #metoo/sinterklaas. Want die jurk en die baard, dat kan toch eigenlijk ook niet? Hoe verwarrend kan het zijn voor een kind. Terwijl, als een slim kind van vandaag éven Googelt, het weten kan dat het hele Sinterklaasfeest eigenlijk één grote ‘fake’ is. Goed voor het lekkers en de cadeautjes maar wat mag je als kind nu eigenlijk noggeloven? Alles is door die hele openbare ZP-discussie toch al lang verklapt? En om zeep geholpen? De intocht van Sinterklaas begeleidt door de Mobiele Eenheid. Wat een slechte surprise! Of maak ik mij nu druk om mensen die zich druk maken?

Over druk maken gesproken, heeft u het TV-programma ‘De rijdende rechter’ wel eens gezien? Het is niet te geloven hoe mensen zich druk kunnen maken over een overhangende boomtak, een te hoge of juist te lage schutting, het geluidoverlast van een parkiet of het gluren van de buren. Holland op z’n smalst. Nu begrijp ik wel, het is TV, het is amusement… maar toch. Trouwens, een gemiddeld debat in de Tweede Kamer is niet van een veel hoger niveau als de geshowde burenruzies. En zo gaat er heel wat kostbare tijd verloren aan onzin en onbenul. Vind ik. Maar anderen maken er juist gebruik van door er een verdienmodel uit te boetseren. Die het hedendaagse onbenul op schaamteloze wijze exploiteren en er goud geld mee verdienen. Debilisering en onbenul is van alle tijden maar door alle moderne media is het veel meer zichtbaar geworden. Via de televisie, het internet en de zogenaamde ‘sociale’ media (asociaal komt meer in de buurt) wordt de grootst mogelijke onzin verspreid. TV-formats worden steeds extremer om de kijker nog te kunnen vasthouden met als gevolg dat iedereen alle buitenissigheden als ‘normaal’ gaat vinden. Datingprogramma’s voor verstandelijk gehandicapten, campingbelevenissen van bejaarden, klussen met onhandigen, moeders die heter zijn dan hun dochter en klunzende boeren en bonkige truckers op zoek naar hun droomvrouw. Emmers vol onzin voor onverzadigbare onbenullen. Hét verdienmodel van Hilversum en van iedereen die mee danst op de Gooise matras.

Maar mensen laten zich graag voorstaan op onbenulligheid. Dat zit kennelijk nu eenmaal in onze aard. Vroeger stonden op kermissen en jaarmarkten ook al rijen volk voor de kassa om de vrouw met de baard, een Siamese tweeling, een zeemeermin in een aquarium, een man met een bochel of een Afrikaanse inboorling met een bot door zijn neus, met eigen ogen te kunnen zien. Rariteiten verkoopt. En op zich is daar niets mis mee. Het getuigt van goed ondernemerschap als je weet wat de mensen willen en daar vervolgens een verdienmodel op los laat. Er zijn al heel wat TV-producenten schathemeltjerijk geworden door de groots mogelijke onzin te verkopen aan volksstammen onbenullen in binnen- en buitenland. Er gaan miljarden om in de ‘onzinbusiness’, de belangen van media-exploitanten en de beurswaarde van bedrijven zoals Facebook en Instagram zijn dermate immens groot dat je eigenlijk niet meer spreken kunt van ‘onzin’, dat gaat wel degelijk ergens over. En dat betekent, dat ook onzin goed gemanaged moet worden om het tot een maximum te kunnen exploiteren. Vandaar dat er een relatie is tussen het grote volume onzin in de samenleving en het onevenredig percentage managers en adviseurs ten opzichte van andere beroepsgroepen. Een carrière als manager of consultant valt dus in zekere zin ook onder de noemer van exploitatie van het onbenul. En zijn er weer slimme ondernemers die daar weer van profiteren en zelfs opleidingen en cursussen aanbieden om gediplomeerd manager te kunnen worden. Omdat management geen vak is en zeker geen wetenschap komen de problemen vaak later bovendrijven. Is de manager eenmaal opgeklommen tot vitale posities in de onderneming, waar vakmanschap, ondernemingsgeest en leiderschap wordt gevraagd, dan gaat meestal het licht uit. De oplossing wordt dan vaak gezocht in eindeloos vergaderen en uiteindelijk in het inhuren van… een interim-manager. Dat is een kruising tussen een manager en een consultant, een van de gevaarlijke soort. Pas daar maar voor op.

En dan heb je nog de ‘Homo Politikiens’, de mensensoort die zichzelf heeft geëvolueerd voor een loopbaan (ze lopen wat af…) in de politiek of bij de overheid en die een speciaal gen hebben ontwikkeld dat zich heeft gericht op het organiseren van de samenleving. De goeden niet nagesproken maar er zijn de laatste tijd te veel ‘wannabees’ voorbij gekomen die uitgebreid de aandacht hebben gekregen in de media, gevraagd of ongevraagd. Mannen én vrouwen volksvertegenwoordigers die denken mede het beleid te kunnen bepalen maar wiens gedrag geen goed voorbeeld is voor de samenleving. Beschamend wat wij zoal hebben voorgeschoteld gekregen: openbare dronkenschap van Burgemeesters, handtastelijke kamerleden, hoerenlopende gemeenteraadsleden, fantaserende ministers, kasgraaiende partijleden, overspelige staatssecretarissen en bekvechtende kabinetsleden… Ach, je moet maar zo denken: het zijn net mensen. Maar of zij nu zelf af- of uittreden of zij krijgen hun congé, op wachtgeld zingen ze het allemaal wel een tijdje uit. En de samenleving merkt het verschil niet als ze vertrekken. Er verandert echt niets. Ik chargeer misschien een beetje en ik weet wel, de samenleving kan niet zonder openbaar bestuur en er gaat ook veel goed. Maar er zijn zeker functies die de maatschappij veel geld kosten maar die de samenleving onevenredig veel opleveren. In het commerciële bedrijfsleven zou dat al snel boven zijn komen drijven en er direct uit worden gesneden. Zonder pardon. Daar wordt de rede bepaald door ‘winst uit onderneming’. Gezond, nuchter, gericht op groei en persoonlijke ontwikkeling. Geen onzin of onbenul maar zin en wijsheid. Een verdienmodel gericht op een schone en welvarende toekomst, exploitatie van het gezonde verstand. Zoals wij het doen, dat kan ook. En daar maak ik mij graag wèl druk om.

Erwin Dirkse

CEO DMT Environmental Technology

“Fasten Your Seatbelts”. Wie kent het zinnetje niet. Bijna iedereen heeft wel eens met het vliegtuig gereisd. En anders binnenkort wel. Want vliegen is nog nooit zo goedkoop geweest. Was vliegen ‘vroeger’ slechts voorbestemd aan de zakelijke of gefortuneerde reiziger, tegenwoordig stappen ook minima het vliegtuig in als was het de metro, de tram of de bus. Sterker nog: de trein of bus is in veel gevallen duurder. Onlangs nam een Brit het vliegtuig voor een reisje Newcastle-London met een tussenstop op het Spaanse eiland Menorca omdat dit goedkoper was dan met de trein. Hij vloog voor £ 15,99 van Newcastle naar Menorca, huurde een auto voor £ 7,50, dronk een ‘sex-on-the-beach’ cocktail voor £ 4,00 op een terrasje aan het strand en vloog voor £ 10,99 van Menorca naar Londen. Had hij de trein genomen dan was hij £ 40,00 duurder uit geweest. “Hoe is het mogelijk”, vraagt u zich wellicht af. En ja, dat heb ik mij ook afgevraagd. Het antwoord is niet zo eenvoudig te geven maar snelheid en efficiency spelen hierin de belangrijkste rol. Een vliegtuig vervoert reizigers met een snelheid van 900 kilometer per uur, een trein doet dat met honderd kilometer per uur. Over de afstand Amsterdam-Milaan kunnen met het vliegtuig veel meer personen in dezelfde tijd worden vervoerd dan met de trein. En vliegtuigmaatschappijen verkopen met last-minute prijzen hun laatste stoelen, treinmaatschappijen doen dat niet. Daar komt nog bij: er wordt geen BTW of accijnzen geheven op vliegtickets en kerosine op basis van een verdrag uit 1944(!) omdat het te ingewikkeld zou zijn om te regelen met de verschillende belastingstelsels in de verschillende landen.

Maar goed, even los van de belachelijk lage prijzen maak ik mij meer zorgen over de enorme CO2 uitstoot die het vliegen met zich mee brengt. Goedkoop vliegen betekent automatisch meer vliegbewegingen. Zo las ik dat als de groei van de luchtvaart zich in het huidig tempo doorzet, de uitstoot daarvan op zichzelf genoeg is om de temperatuur op aarde met meer dan twee graden te laten stijgen. Zo worden de klimaatdoelstellingen van Parijs natuurlijk nooit gehaald. Op dit moment is de luchtvaart goed voor minder dan drie procent van de wereldwijde uitstoot van CO2 (in Nederland 7%). In 2050 zal dat met de huidige toename van het luchtverkeer zo’n twintig procent zijn en in 2070 zal het waarschijnlijk gelijk zijn aan wat volgens het klimaatakkoord van Parijs de hele wereld maximaal zou mogen uitstoten. Hierbij is dan al rekening gehouden met lichtere en zuinigere vliegtuigen en met energie welke is opgewekt door zon en wind.

Nu kan er in vijftig jaar nog een hoop veranderen…

Het is wel opmerkelijk dat de luchtvaart buiten ieder klimaatakkoord wordt gehouden. Komt dat misschien door het grote economische belang dat de luchtvaart met zich mee brengt en de daarmee gepaard gaande lobby? Het zal wel… Maar het is best wel lastig uit te leggen. Ik kan dan ook bijna niet vliegen zonder een schuldgevoel. Ook ik maak voor mijn werk regelmatig gebruik van het vliegtuig want voor de lange afstand is er eigenlijk geen alternatief. Voor de kortere afstand, binnen Europa, is de trein een veel beter en schoner vervoersmiddel. Alleen zullen zij dan voor een concurrerende prijs moeten gaan rijden willen wij passagiers uit het vliegtuig halen. Want voor de meeste mensen geldt: “De principes zitten in de portemonnee”. Ja, een beter milieu wil een ieder wel maar ze willen er niet voor betalen. Ook vanuit de politiek is onlangs geroepen: “De Koning moet vaker met de trein in plaats van vliegen”. Want? Hij moet het goede voorbeeld geven of… hij kan het wèl betalen misschien?

Ik vind de toename van het aantal vluchten wel een zorgelijke ontwikkeling. In mijn vorige blog schreef ik over mijn vakantie in Amerika waar ik een fantastische tijd heb doorgebracht met mijn gezin. En ja, ik ben er niet naar toe geroeid. Maar dan sta ik op die grote internationale luchthavens en dan verbaas ik mij over de enorm grote hoeveelheid mensen, het onnoemelijk aantal vluchten, bestemmingen en vliegtuigen en denk: op zoveel andere luchthavens in de wereld hetzelfde beeld: het ‘vliegt de pan uit’. Het schuldgevoel mag dan ruimschoots gecompenseerd zijn door de ‘quality time’ met mijn gezin en het bezoek aan een goede vriend die al 27 jaar in Amerika woont – échte museummomenten uit mijn Big 5 for life lijst – maar toch blijft het bij mij knagen: hoe lang kan dit nog zo blijven doorgaan?

Er zijn positieve ontwikkelingen ook al is de vliegtuigindustrie nog lang niet zo ver met ‘vergroenen’ als de autoindustrie en andere sectoren. Maar de eerste biokerosine fabriek in Noordwest-Europa staat er aan te komen en waarschijnlijk wordt die in Nederland gebouwd. Wij worden daar als DMT natuurlijk heel blij van maar er moet veel meer gebeuren. De technische ontwikkeling van vliegtuigen en vliegtuigmotoren moet ook een incentive krijgen door allerlei steunmaatregelen vanuit de overheid. En mogen (moeten!) gebruikers mee betalen om aan de kosten van CO2 reductie bij te dragen, onder het motto: de vervuiler betaald. Overigens is de CO2 uitstoot in Nederland gedaald, van

166 miljard kilogram in 2016 naar 163 miljard in 2017, een mager verschil van 3 miljard. Goed nieuws? Het is maar hoe je het bekijkt. Het is even hoog als in 1990 dus in 27 jaar zijn wij er per saldo niets mee opgeschoten. En de verontrustende berichten stapelen zich maar op. Volgens een recent uitgelekt rapport van de Verenigde Naties (zo warm is het dus) gaat de opwarming van de aarde sneller dan tot nu is aangenomen. En vogelaars zien dat de brandganzen sneller wegtrekken en dijkgraven zien de zeespiegel sneller stijgen en klimatologen kunnen de weerrecords bijna niet meer bijhouden.

Wat ik zie – ironisch, door het raampje van het vliegtuig – is die mooie aardbol met rivieren, zeeën, meren, bergen, bossen, vlakten, wegen, dorpen en steden en waarvan je weet dat het er krioelt van het leven, mensen en dieren. Ja, er zijn bedreigingen maar ik geloof dat er meer kansen zijn. De gevolgen van ons handelen dwingt de mens tot nadenken en zo komen er ook weer oplossingen. Techniek en wetenschap ontwikkelen zich exponentieel en zo blijf ik vol vertrouwen geloven in een schone en welvarende toekomst. In een paar jaar kan er zoveel veranderen. Daarom ben ik ook niet zo van de cijfers en de statistieken en denk ik net als Godfried Bomans die eens schreef: “Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier die gemiddeld één meter diep was. Hij verdronk”.

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

 

DMT doet mee aan de Duurzame Innovatie Challenge Fryslan 2018. Een ontzettend leuk initiatief waarbij iedereen zich mag en kan inschrijven en mee kan te doen aan een challenge die bijgedraagt aan een duurzame wereld.

De bedoeling van deze challenge is dat mensen worden geïnspireerd door experts en ondernemers en dat er op die manier wordt bijgedragen aan een duurzame wereld. Er zijn in totaal zo’n 20 challenges. Het programma bestaat uit een bootcampdag en een slot-event waarop de winnaars van elke challenge gaan pitchen. Meer informatie kun je vinden op de website van Duurzame Innovatie Challenge Fryslan https://duurzame-innovatie-challenge.frl/ 

 

Alles is donker om mij heen. Ik zit superstrak met schouderbeugels vastgeklemd en kan geen kant op. Of toch? Ineens gaat het los… Met een duizelingwekkende snelheid (dat voel ik maar dat zie ik niet) rol ik door de ruimte. Ga ik naar beneden of omhoog? Binnen een paar seconden staat de wereld op zijn kop. Ik ben volledig overgeleverd aan de natuurwetten en meer dan eens maakt de ‘air-time’ mij gewichtsloos. De adrenaline spuit mij uit de oren. Het is alsof ik in een roller coaster zit… sterker nog: ik zit in de ‘Space Mountain’, één van de populairste topattracties van Disney’s Magic Kingdom in Orlando, USA. Als ik er uitkom en na een kwartiertje uitgeduizeld ben vraag ik mij af hoe ik hier ook al weer in terecht ben gekomen. En dat zal u misschien ook wel willen weten… waarom laat een serieuze ondernemer en CEO van een gerespecteerd bedrijf als DMT zich in het pikkedonker in een klein karretje met dwingende g-krachten alle kanten op sturen? Tja… dat is een heel verhaal.

Het begint er mee dat ik nog een schuld had in te lossen bij mijn, inmiddels volwassen, kinderen. Ooit had ik ze beloofd met hen naar Euro Disney Parijs te gaan maar dat is er nooit van gekomen. Ik gebruikte destijds het excuus: “Papa is te druk”. De werkelijke reden was anders. Ik had er helemaal geen trek in om naar zo’n pretpark te gaan en dan als vee in de rij minstens een uur achter de staart van een ander aan te moeten kringelen totdat je eindelijk in de attractie wordt toegelaten en je na een paar minuten ‘lol’ weer wordt losgelaten. “Niets voor mij”, dacht ik. De andere reden: ik was nu met mijn gezin op vakantie in Amerika en wil je het land écht leren kennen dan kun je (letterlijk) niet om de pretparken heen. Dus Orlando hoor je ook ‘te doen’ en ach… ‘what the hell’, het is toch vakantie?

Wij stallen onze huurSUV op één van de 15.000 (!) parkeerplekken. Dat alleen al is een attractie, alles is tot in de perfectie geregeld. Honderden mensen komen van alle kanten toestromen maar even soepel en snel zijn ze binnen. Eenmaal door de veiligheidspoortjes en na de tassencontrole (alsof je gaat vliegen) sta ik wat vreemd om mij heen te kijken. Ik ben beland in een droomwereld maar het is realiteit: ‘The American Dream in Optima Forma’. Aan alles is gedacht en vooraf onderzocht. Psychologen, gedragswetenschappers, veiligheidsspecialisten – ‘you name it’ – zijn er allemaal aan te pas gekomen om de mensenmassa zo snel maar zo prettig en veilig mogelijk de attracties in te loodsen. De lange wachtrij en het kringelen, wat ik zo vreesde, valt erg mee. De bordjes die de wachtminuten aan geven – ’70 minutes’ – zijn zo geplaatst dat het in werkelijkheid ‘slechts’ vijftig minuten zijn. En tijdens het kringelen worden wij professioneel vermaakt en afgeleid door ‘visual effects’ en ‘surprises’. En ja… de attracties. Allemaal meer dan de moeite van het wachten waard, ‘amazing’, dat kan alleen maar in Amerika. De themaparken in Orlando zijn bijna niet te tellen. Een miljardenindustrie waarbij amusement tot in de perfectie is omgezet in business. En, zoals veel in Amerika, alles is groot, of groter en op z’n grootst. Of het nu een achtbaan is of een hamburger, een beker cola of een parkeergarage, ‘It’s all BIG’.

Zoals ik mijn vooroordeel over pretparken moest bijstellen heb ik eigenlijk mijn hele beeld over ‘the USA’ moeten aanpassen. Ik hoefde er ‘vroeger’ écht niet naar toe: die poppenkast, die betweters, dat geschreeuw, die zelfverheerlijking en het overdadig consumptiegedrag, ik heb er niets mee. Totdat DMT in 2015 een eigen vestiging in Portland, Oregon opende was ik nog niet in Amerika geweest. Inmiddels heb ik meerdere bezoeken aan de ‘grootste economie ter wereld’ gebracht, zowel zakelijk als privé, en het land is toch anders dan ik dacht en inspireert mij als ondernemer enorm. Ik reed achter een auto met een bumpersticker: “Don’t dream your life but live your dreams”. Dat zegt alles over de Amerikaanse mentaliteit. En de voorbeelden zijn te over. In New York wil ik een taxi. Op de Uber-app vul ik in: 4 passagiers, 4 koffers, waar ik sta, waar ik naar toe wil en ik krijg vrijwel direct een reactie: je hebt keuze uit Jack of John (‘read the reviews’) met een SUV of een sedan en ze zijn in zes minuten bij mij. Heb ik zin in eten? Dan open ik Uber Eats en heb ik keuze uit een wereldmenu dat in korte tijd bij mij wordt bezorgt. Veel succesvolle ‘techreuzen’ zijn als start-up in Silicon Valley begonnen. Het is dé plek waar de talentvolle ‘nerds’ en creatievellingen uit vele landen van de wereld elkaar inspireren tot geniale ideeën en die dankzij durfkapitaal van beleggers en ondernemers deze succesvol ten uitvoer kunnen brengen. Ik stond op Time Square in New York en keek omhoog naar de meer dan indrukwekkende lichtreclames en wolkenkrabbers en voelde mij als in een filmdecor en had de gedachte: ”Hier is ‘the sky’ werkelijk ‘the limit’. Maar je moet het in Amerika wel zélf doen.

En Amerika is meer. De verscheidenheid van landschappen, de oneindige horizon, de natuur. Groot en veel. Maar de Amerikanen lijken zich niet zo druk te maken over het milieu. Ze leven hier nog volop in een lineaire economie. De benzineprijs is laag en de auto’s niet zuinig in gebruik. Je struikelt over de achtcilinders. Er rijden daar minder Tesla’s rond dan in Europa. Uitzondering is de staat Californië, die lijkt zich meer bewust van de realiteit en de noodzaak voor verandering en de keus voor duurzaamheid. Daar ligt onder andere ook een grote markt voor ons voor bio-methaan installaties. En dat is ook weer Amerika, áls zij dan een installatie kopen dan ook gelijk een die vijf keer zo groot is. Het is een land van uitersten. In de op zeeniveau gelegen eilandengroep Florida Key’s, waar in 2017 de orkaan Irma bijna alles weg vaagde, is veel alweer opgebouwd. Ik zie informatieborden die waarschuwen voor mogelijke natuurrampen: ‘WARNING for Tsunami’ of ‘WARNING Hurricane Season’ en als die komen moet je gewoon maken dat je weg komt. Preventief dijken bouwen, een Delta-plan? Nee, dat doen wij Nederlanders maar niet de Amerikanen. ‘Shit Happens’ en dan zien ze wel weer. Een hele andere mentaliteit.

Maar de belofte naar mijn kinderen ben ik nagekomen en in mijn koffer heb ik een flinke dosis reflectie en inspiratie meegenomen. Ik kan het wel gebruiken voor ons werk aan een schone en welvarende toekomst. Want, zoals Walt Disney al zei: “Times and conditions change so rapidly that we must keep our aim constantly focused on the future”.

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology