Thank you for visiting us at UK Biomethane and Gas Vehicles and we hope to see you again soon!
Meanwhile if you have any questions please feel free to contact us

DMT Environmental Technology zal op UK AD en World Biogas Expo 2018 onthullen hoe haar membraantechnologie een kwart miljard kubieke meter biomethaan heeft opgewaardeerd, genoeg groen gas om 227.000 huizen te verwarmen en duizenden voertuigen wereldwijd van stroom te voorzien. Ook gaat DMT zijn eerste in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verkoop- en serviceteam introduceren. Het nieuwe team gaat de service uitbreiden naar de UK en aan haar klanten in het Verenigd Koninkrijk. Het zal nieuwe ontwikkelaars helpen eenvoudig toegang te krijgen tot de innovatieve, rendement genererende upgradingtechnologie van DMT. Lees verder

Er zijn van die nieuwsberichten die met één enkel feit een wereldprobleem een gezicht geeft. Zo werd er onlangs in het zuiden van Thailand uit alle macht geprobeerd een walvis het leven te redden maar het bleek een kansloze missie. De griend had meer dan 80 plastic zakken (8 kilo!) in zijn maag, er was geen ruimte meer voor voedsel. Nu is Thailand een van de landen waar het meeste plastic zakjes wordt gebruikt maar plastic afval in het milieu is wereldwijd een gigantisch probleem. De Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen heeft het afvalprobleem ‘prachtig’ in beeld gebracht, en dan bedoel ik dat de foto’s indrukwekkend mooi zijn, niet de oneindige bergen vuilnis. Hij bestudeerde de afvalstromen in Tokio, Amsterdam en New York en hij fotografeerde de vuilnisbelten van Jakarta, Lagos en Sâo Paulo. De foto’s vertellen een duidelijk verhaal: de wereld heeft een gigantisch afvalprobleem. Dat is niet nieuw, dat weten wij al ‘een beetje langer’. Gemiddeld wordt in Nederland per persoon 500 kilo afval geproduceerd en gebruiken wij 100 kilo plastic (p/p) per jaar. Maar ondanks afspraken en initiatieven op wereld- en Europees niveau en door nationale en lokale overheden lijkt het probleem niet kleiner te worden. En wordt er enorm met het afval heen en weer gesleept. Nu China de import van vuilnis uit Westerse landen aan banden heeft gelegd – 8 miljoen ton per jaar – zitten o.a. Engeland en Italië er nu zelf mee in hun maag (net als de Thaise griend). Er is onvoldoende capaciteit om het vuil te verwerken dus wordt het nu in eigen land verbrand of begraven met alle milieugevolgen van dien. En lijkt het dat gestelde doelen als: in 2025 is de helft van het plastic recyclebaar en in 2050 is onze economie circulair… op diezelfde vuilnisbelt terecht zijn gekomen. Of toch niet, is er nog hoop?

Ja, natuurlijk wordt het in de toekomst beter. Uiteindelijk keert de wal het schip. Het is een kwestie van tijd. Ik was laatst op een bijeenkomst van ‘Holland Circular Hotspot’, een platform van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties, waar Thomas Rau, een zeer inspirerende spreker, een inleiding hield over de circulaire economie. Hij ziet de mens als een tijdelijke gast in een gesloten systeem, de aarde. Daarbinnen is alles even belangrijk voor een stabiele balans met een toekomst. Het hoogste doel is het faciliteren van continuïteit van leven, de economie is daarin de georganiseerde relatie tussen mens en natuur. Hij wil die relatie voorzien van een nieuwe systeemarchitectuur met steeds als uitgangspunt het faciliteren van onze tijdelijke aanwezigheid. Concreet heeft zich dat al vertaald in nieuwe concepten, producten en diensten. In zijn filosofie koop je niet een ‘lamp’ maar koop je ‘licht’. In een lineaire economie onttrek je grondstoffen, in een circulaire economie verbruik je niets, afval bestaat niet, alles wordt hergebruikt. Ik zie het al voor me: als ik mijn overhemd heb afgedragen worden de textielvezels hergebruikt voor de sokken van mijn buurman of voor de poetslappen van mijn schoonmaakhulp of in de vloerbedekking van de kledingwinkel waar ik een nieuw overhemd koop dat deels is gefabriceerd uit een oude jurk van de verkoopster. Het proces is ingewikkelder dan ik hier schets maar dit is het idee.

Ook zouden wij nog meer toe moeten naar een deeleconomie. De jongere generatie heeft al veel minder bezit en delen steeds meer huizen, auto’s, boten en andere duurzame goederen met elkaar. Nieuwe verdienmodellen zoals AirBNB en Über zijn op dit principe gebaseerd. “Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak” zei mijn vader vroeger al tegen mij en daar had hij natuurlijk gelijk in ook al verzamelde hij zelf van alles en nog wat onder het motto: “Wie wat bewaart heeft wat”. En dat is ook prima als het bedoeld is voor hergebruik. Het natuurlijk gevolg van een deeleconomie is dat er minder wordt geproduceerd, dus ook minder afval en minder energie verbruik. Mobiliteit – het noodzakelijk verplaatsen – zou ook veel meer gedeeld moeten worden. Bedrijven zouden werknemers ook met elektrische bussen van huis kunnen halen en/of wij pakken massaal de (elektrische) fiets. Het regent in ons land tenslotte maar 7% van de tijd en de meeste regen valt ook nog ’s nachts. Het verlies van productie, financiële omzet en banen wordt met andere verdienmodellen wel weer gecompenseerd.

En waar wij heel gauw mee moeten stoppen is met het heen-en-weer gesleep van troep. En dan heb ik het over goedkope spullen van een inferieure kwaliteit uit verre landen, zoals China. Meestal in slechte arbeidsomstandigheden geproduceerd met geen of weinig ontzag voor het milieu. En dan moet het hier nog naar toe met schepen, vrachtwagens en vliegtuigen en dan wordt het voor relatief veel geld verkocht door retailketens als Blokker, Action en Big Bazar waarna het na kort gebruik of plezier op de vuilnisbelt terecht komt en het, in het slechtste geval, terug naar China verscheept wordt. Wat dat betreft waren wij in de Middeleeuwen beter af. Transport ging met paarden en zeilschepen, zagen en malen met wind- en watermolens, hutten werden van riet, takken en plaggen gebouwd en kastelen van hout en stenen uit de directe omgeving. Er werd verbouwd en gejaagd wat er nodig was om van te leven en van huiden en vellen werd kleding gemaakt en van botten schaatsen en gereedschap. Hoezo duurzaam? Wat dat betreft is er niets nieuw onder de zon.

Ik ben er van overtuigd dat wij voor – of bijna op – de drempel staan van de circulaire economie. De drempel is hoog en er zijn nog andere obstakels te slechtten maar het gaat gebeuren, we worden er vanzelf toe gedwongen. Schaarste van grondstoffen, onttrokken aan de aarde, werkt hergebruik automatisch in de hand. Want, zoals altijd, bedreigingen creëren kansen. Dat is de taak van ondernemers, zij moeten de leiding nemen om wezenlijke veranderingen tot stand te brengen. De overheid kan dit ondersteunen met wetgeving op basis van het uitstekend werkend principe – dat al zo oud is als de weg naar (de club van) Rome – : ‘de vervuiler betaald’. En kennisinstellingen en wetenschappelijke instituten kunnen belangrijke bijdragen leveren maar het bedrijfsleven, de ondernemers, moeten het doen en de kansen ‘herkennen’. Zij moeten met nieuwe producten, technologieën en verdienmodellen komen. De transitie naar een circulaire economie zal ten koste gaan van het fossiele en lineaire bedrijfsleven maar het biedt tegelijk veel kansen: voor Nederland een financieel voordeel van 7,3 miljard Euro en structureel 54.000 extra banen. Hiervoor is een fundamentele verandering nodig van een heel systeem: ontwerp, productie, consumptie en hergebruik. En het vraagt om oplossingen op diverse niveaus, cultuurveranderingen en betere regelgeving. Financiële toegang, kennisuitwisseling en stimulatie van technische en sociale innovatie zijn hierbij essentieel.

Dat is ook de boodschap van Thomas Rau: “Don’t change the economy but change the spirit of the economy”. Alleen dan kunnen wij blijven werken aan een schone en welvarende toekomst. En hoeven wij niet terug naar de Middeleeuwen.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

Een tijdje terug zat ik in het vliegtuig wat te mijmeren over wat ik net had meegemaakt op de beurs in München. Wij waren daar met DMT vertegenwoordigd met een stand op de IFAT, de internationaal leidende vakbeurs voor (riool)water, afval en recycling. Er waren vele bedrijven (3.000) én bezoekers (140.000) van over de hele wereld aanwezig. En ik heb mij weer verbaasd over de tamelijk gebrekkige wijze van communiceren onderling. Wat zitten veel mensen toch te ‘klooien’ met en in vreemde talen. Wij Nederlanders kunnen ons over het algemeen redelijk verstaanbaar maken, vooral mijn generatie, vaak in meerdere talen. Dat is historisch zo gegroeid. Als klein landje met weinig natuurlijke grondstoffen moesten wij voor de groei van onze economie ons wel op de internationale handel richten. Op de middelbare school hadden wij naast Nederlands als basis ook Engels, Duits en Frans. Later kwam er nog Spaans bij, als keuzevak. Nu is dat geen regel meer en ik merk dat met name jongeren een achterstand oplopen in hun talenkennis. Ja, de meesten spreken wel redelijk Engels maar daar kom je niet altijd even ver mee. Duitsers en Fransen beheersen het Engels over het algemeen minder goed dus wil je goede zaken doen met een Duitser of een Fransman dan kun je maar beter hun taal verstaan, én spreken. In het onderwijs is de tweede vreemde taal zo goed als weggevallen. Sterker nog: op veel hogescholen en universiteiten wordt bijna alleen nog maar in de Engelse taal gedoceerd ‘want dat zou goed zijn voor de taalontwikkeling’. Probleem is echter: het niveau van het Engels van de docenten is over het algemeen ‘als steenkolen’ en ja, dan leer je het als student nog verkeerd ook. En het is een bedreiging voor het niveau van onze Nederlandse taal. Als ik zie hoeveel fouten er in sollicitatiebrieven en CV’s worden gemaakt, het is soms bedroevend. En hoe onze taal op sociale media wordt gebruikt helpt ook al niet mee. Ik vind het dan ook heel jammer dat het met Esperanto, de in 1887 ontwikkelde kunsttaal, uiteindelijk niets is geworden. Deze internationaal gemakkelijk te leren taal had alle landen van de wereld kunnen verbinden: sociaal, economisch en politiek. “Lingvo por ĉiuj ni. Éen taal voor ons allemaal.” Ik pleit er dan ook voor dat binnen de Europese Unie – maar beter nog: wereldwijd – afspraken worden gemaakt over het voeren van één hoofdtaal, naast de eigen taal. Voor het gemak zou dat nu Engels kunnen zijn, het meest ingevoerd, maar ook Spaans zou een keuze kunnen zijn. Dan zouden wij ook eens in een internationaal gezelschap gezamenlijk kunnen lachen om een mop: “I beg your pardon”? “Yes, paarden.”

Nu wij het toch over onderwijs hebben, er wordt wel gezegd dat het niveau van de gemiddelde Nederlandse student niet zo hoog ligt. Maar onderzoeken en cijfers spreken dat tegen. Nederland bezet liefst de 9e plaats op een lijst van 76 landen betreffende het niveau van de studenten, met name getest op de exacte vakken natuur- en wiskunde. De hoogste scores zijn gemeten in Aziatische landen die ook de top 5 vormen, gevolgd door Finland, Estonia, Zwitserland en Nederland. En dat terwijl Engeland (20e) en Amerika (28e) in de perceptie van veel mensen heel hoog aangeschreven staan. Maar ik kan wel beamen dat het niveau van Nederlandse studenten vrij hoog is. Wij hebben in de loop der jaren veel internationale studenten en stagiaires binnen DMT gehuisvest. Bij ons kunnen zij onderzoek doen en hun masteropleiding afronden. Zij komen van universiteiten en hogescholen uit Portugal, Frankrijk, Venezuela, Duitsland, Griekenland, Oostenrijk, Noord-Ierland, Spanje, Bolivia, USA en natuurlijk uit ons eigen land: Delft, Wageningen, Groningen, Den Bosch, Zwolle, Enschede, Nijmegen/Arnhem en Leeuwarden. Nu kan ik niets écht vergelijken want wij hebben geen representatief onderzoek gedaan. Bovendien hebben wij uit het buitenland ongetwijfeld het ‘crème de la crème’ aan studenten want als je helemaal naar Joure durft te komen dan ben je per definitie ambitieus en avontuurlijk ingesteld. Maar… ik kan wel stellen dat de universiteiten en hogescholen in Nederland een goed niveau studenten levert. En daar komt nog bij: de Nederlandse student combineert theoretische kennis vaak met een praktische aanpak in tegenstelling tot veel buitenlandse studenten die zó theoretisch zijn dat het wel eens lijkt alsof zij van een andere planeet komen. Er is soms geen normaal gesprek mee te voeren. Maar ik moet ook eerlijk zeggen: hun kennis gaat die van mij vaak te boven. Ik moet vooral kijken naar wat wij er mee kunnen, hoe wij het gaan toepassen en hoe wij daar een verdienmodel van kunnen maken.

Wij krijgen steeds betere studenten die bij DMT komen voor een promotieonderzoek. Het is gelukkig niet meer zo dat de toppers van de TU Delft rechtsreeks via de rode loper bij Shell binnenwandelen. Want velen gaan niet alleen maar voor geld en carrière. Ze willen ook goed bezig zijn en hun kennis duurzaam inzetten. En, waar ik ook blij mee ben: wij zien steeds meer vrouwen onze technische mannenwereld binnenstappen. Dat mag ik graag zien. Vrouwen binnen een mannenbolwerk tonen een extra bewijsdrang en zijn heel serieus met hun werk bezig. Net als buitenlandse studenten en werknemers die veel ambitie laten zien. Die veel hebben achtergelaten en opgegeven om hier te mogen studeren of werken en die dus zeer gedreven zijn om te willen slagen. Dat is ook de toekomst: bedrijven met ondernemende medewerkers, gender- en nationaliteitneutraal. Waarbij alleen de output telt. En er is ruimte voor in ons onderwijssysteem en er is in bepaalde sectoren ook een grote behoefte aan jonge mensen. Bijvoorbeeld, in de waterbedrijven is een enorme leegloop aan de gang, het lekt daar op grote schaal grijze werknemers. Over vijf jaar is daar een groot probleem wegens gebrek aan goede technisch geschoolde mensen. Laat de ‘engineers’ maar komen, ook uit andere landen. Wij leiden ze wel op en kunnen de talenten hier proberen te houden. En anders gaan ze terug naar eigen land en brengen de verkregen kennis daar in de praktijk. Ook goed. Dan komt het via een omweg wel bij ons terug. Er moet blijvend geïnvesteerd worden in onderwijs, dat levert goed opgeleide en gemotiveerde werknemers op. Daar moeten wij het tenslotte van hebben. Dat is het kapitaal van de onderneming. Daarom hebben wij nu bij DMT ook HR-managers die de juiste mensen zoeken voor de juiste job en kiezen wij niet meer de beste van de vijf sollicitanten. Net als bij een sport als voetbal ben je het meest succesvol als het team goed is samengesteld en ook samenwerkt als een team waarbij het individueel belang ondergeschikt is. Zo werken wij ook. Ook met als risico dat ik op een dag het veld moet ruimen als ‘de coach’ onderpresteert. Alleen met goed geschoolde en gemotiveerde medewerkers kunnen wij blijven werken aan een schone en welvarende toekomst. Die taal, verstaan wij allemaal.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

DMT Environmental Technology was present at IFAT 2018 in Munich this year.
To everyone who visited us at the stand this year, thank you very much. We hope to see you again soon!

 

Ergernissen. Wij hebben ze allemaal. Ik bedoel: dat wij ons aan anderen ergeren. Niet dat anderen zich aan ons ergeren. Nee toch? Aan ons gedrag mankeert niets, maar aan dat van anderen… Maar dan klopt er iets niet. Iedereen ergert zich aan een ander dus dat betekent automatisch ook dat die ander zich ergert aan… een ander? EG… nou ja, u begrijpt mij wel. Herkenbaar? Ergernissen in gedrag: het laatste velletje wc-papier laten zitten zodat je geen nieuwe rol hoeft te halen; lang in de koffie roeren en dan met het lepeltje tegen het kopje tikken; bijna lege flessen of pakken in de koelkast terug zetten of, op het werk: met je telefoon bezig zijn tijdens vergaderingen of gesprekken en ook: het eindeloos cc’en van irrelevante mensen in je mails…. En wat dacht u van ergernissen in het verkeer: bumper kleven, pas op het laatste moment ritsen, agressief rijden, te langzaam rijden… en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar weet, het is niet gezond om u te ergeren en het spreekwoord luidt ook niet voor niets: ‘Erger u niet maar verwonder u slechts’.

Nou, waar ik mij mateloos aan kan aan ergeren…. eh… verwonderen… zijn mensen die ‘zo handig’ zijn en er nog voor uitkomen ook. En dan heb ik het niet over doe-het-zelvers. Nee, ik heb het over het schimmige handig zijn. Bijvoorbeeld over hoe je de belastingdienst te slim af wilt zijn. Ik hoor (of lees) die verhalen meestal met stijgende verbazing aan. De moraal die sommige mensen er op na houden… Mensen die bezijden de waarheid belastingaangiften in vullen doen de belastingdienst, onze maatschappij én dus ook de ‘wel belastingbetaler’ tekort. En waar ik al helemaal niets van begrijp, dat er mensen zijn die zo ontzettend veel geld verdienen of hebben verdiend, of gewoon hebben, dat juist dié mensen er alles aan doen om de belasting te ontduiken. Die rupsje Nooitgenoeg willen zijn en aan één of twee of drie huizen, auto’s en boten niet genoeg hebben en nog een privéjet en een privé-eiland en nóg meer moeten hebben. Hoeveel heeft een mens nodig? Waarom moet die voetballer, die per week een ton verdient, ook nog via offshore bedrijven op Panama met duistere transacties de belastingdienst succesvol omzeilen? Waarom moet één van de rijkste families van Nederland, met een geschat vermogen van 6,2 miljard, via trusts op Bermuda en brievenbusfirma’s op de Britse Maagdeneilanden privéopnames en schenkingen uit het zicht van de belastingdienst weten te houden. En zo staan er veel namen op de zwarte lijst van de Panama papers. Ook veel van die zogenaamde weldoeners. Zoals die popzanger of die hippe ondernemer die breeduit via de media laten weten hoe goed zij wel niet zijn voor de mens en de wereld om hun heen door geld te doneren of om geld op te halen voor goede doelen. Maar die nu boven komen drijven als de allergrootste belastingontduikers. Ja, dat is makkelijk weggeven en zo betalen ze dan voor een schoon geweten? Daar erger ik mij dus rot aan.

Iedereen moet belasting betalen. Dat is nu eenmaal de afspraak en het systeem waardoor onze maatschappij functioneert. En wij krijgen er ook wat voor terug. Ook de mensen die zichzelf nog meer willen verrijken door belasting uit de weg te gaan maken gebruik van de voorzieningen die betaald worden met geld van de belastingbetaler. De geasfalteerde rijksweg, de brug over een rivier, de straatlantaarns, het ziekenhuis, de zorgcentra, het onderwijs… En ook al heb je 100 miljoen op de bank staan, dan nog krijg je net zoals ieder andere Nederlandse staatsburger een AOW-uitkering, want ook daar heb je jarenlang belasting voor afgedragen, als het goed is. Natuurlijk moet er een goede balans zijn tussen de afdracht en wat je er voor terug krijgt. Wij hebben tijden gekend waarin je gestraft werd voor hard werken. Dat je, hoe meer als je verdiende, je steeds meer belasting moest betalen, tot wel 70 cent van elke gulden die je verdiende. Nu is er een milder belastingstelsel. En een ondernemer die hard werkt en risico’s neemt die mag, als het goed gaat met zijn bedrijf, ook navenant beloond worden. Maar elke burger en elke ondernemer mag terecht de vraag stellen: wat krijg ik terug voor mijn belastingcenten?

Als ondernemer blijf ik daar kritisch naar kijken. Is die balans in orde? Wij behoren met DMT nog steeds tot het MKB, het Midden Klein Bedrijf. Wist u dat 99,8 % van alle Nederlandse bedrijven onder de definitie MKB valt en dat het MKB goed is voor 66% van het Bruto Nationaal Product en werk verschaft aan 67% van de beroepsbevolking? Daar kunnen de multinationals ‘nog een puntje aan zuigen’. En toch kan ik mij niet aan de indruk ontrekken dat het juist de multinationals en die start-up bedrijven zijn die door de overheid met subsidies en geringere belastingdruk extra worden geholpen. Dat daar, vanuit de politiek, altijd focus op is. Ja, ze kunnen beter goede sier maken met namen als Shell, Unilever, ING Groep of een nieuw, spraakmakend online bedrijf dan met DMT (denken ze). Maar als je de sector MKB als één geheel bekijkt zijn wij immers mega belangrijk. Ik voel mij ook zo’n ondernemer die zijn kop stoot tegen het plafond. Wij zitten met het bedrijf ook in zo’n fase van: en hoe nu verder? Misschien zou de overheid meer kunnen doen om bedrijven als het onze in de verdere groei te stimuleren. Ooit heb ik mee gedaan aan het programma ‘groeiversneller’, deels door de overheid gefinancierd. Voor DMT heeft het destijds gezorgd voor een enorme ‘boost’. Het programma is gestopt maar de overheid kan meer doen. Bijvoorbeeld het faciliteren van clusterorganisaties en campussen waar ondernemers van kunnen profiteren door het uitwisselen van kennis en ‘know-how’ en door gebruik te maken van de geboden accommodaties, zoals laboratoria, werkplaatsen, kantoorruimtes en kennisinstellingen. Want van die middengroep, bedrijven met 250 tot 1000 medewerkers, zijn er de laatste tijd meer van verdwenen dan er zijn gecreëerd. Het blijkt dat in die categorie doorgroeien moeilijk is. Dat kan ook aan de ondernemer zelf liggen, of geen goede mensen om hem heen, of problemen met financiering maar ik vind dat het een taak is van de overheid om die bedrijven te ondersteunen en te helpen in de groei. Want van hieruit kan er veel werkgelegenheid worden gecreëerd wat belangrijk is voor de economische groei en voor de belastingdienst en dus voor de maatschappij.

Ik pleit er voor dat de politiek en het bedrijfsleven, ambtenaren en ondernemers meer moeten samenwerken. Lastig genoeg want allebei hebben ze een ego van hier tot Tokyo. En toch moet het kunnen. De overheid moet zich afvragen: ‘waar help ik de ondernemer mee?’. En de ondernemer mag aangeven: ‘met goed onderwijs, een prima vestigingsklimaat, duurzame ECO-systemen, geringere belastingdruk, meer subsidies…’ Natuurlijk moet de ondernemer zijn eigen verantwoordelijkheid houden en moet hij de durf hebben met zijn kop door het plafond te breken. Als de overheid goed gaat kijken, en vooral luisteren, naar wat een ondernemer zoal tegenkomt bij de groei van zijn bedrijf, en als gevolg daarvan die groei zou willen stimuleren met gunstige regelingen en goede voorzieningen, dan worden wij er allemaal wijzer van. Gaat het de ondernemer goed, dan gaat het de overheid ook goed. En zo dragen wij dan samen bij aan een schone en welvarende toekomst.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology