DMT Environmental Technology was present at IFAT 2018 in Munich this year.
To everyone who visited us at the stand this year, thank you very much. We hope to see you again soon!

 

Ergernissen. Wij hebben ze allemaal. Ik bedoel: dat wij ons aan anderen ergeren. Niet dat anderen zich aan ons ergeren. Nee toch? Aan ons gedrag mankeert niets, maar aan dat van anderen… Maar dan klopt er iets niet. Iedereen ergert zich aan een ander dus dat betekent automatisch ook dat die ander zich ergert aan… een ander? EG… nou ja, u begrijpt mij wel. Herkenbaar? Ergernissen in gedrag: het laatste velletje wc-papier laten zitten zodat je geen nieuwe rol hoeft te halen; lang in de koffie roeren en dan met het lepeltje tegen het kopje tikken; bijna lege flessen of pakken in de koelkast terug zetten of, op het werk: met je telefoon bezig zijn tijdens vergaderingen of gesprekken en ook: het eindeloos cc’en van irrelevante mensen in je mails…. En wat dacht u van ergernissen in het verkeer: bumper kleven, pas op het laatste moment ritsen, agressief rijden, te langzaam rijden… en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar weet, het is niet gezond om u te ergeren en het spreekwoord luidt ook niet voor niets: ‘Erger u niet maar verwonder u slechts’.

Nou, waar ik mij mateloos aan kan aan ergeren…. eh… verwonderen… zijn mensen die ‘zo handig’ zijn en er nog voor uitkomen ook. En dan heb ik het niet over doe-het-zelvers. Nee, ik heb het over het schimmige handig zijn. Bijvoorbeeld over hoe je de belastingdienst te slim af wilt zijn. Ik hoor (of lees) die verhalen meestal met stijgende verbazing aan. De moraal die sommige mensen er op na houden… Mensen die bezijden de waarheid belastingaangiften in vullen doen de belastingdienst, onze maatschappij én dus ook de ‘wel belastingbetaler’ tekort. En waar ik al helemaal niets van begrijp, dat er mensen zijn die zo ontzettend veel geld verdienen of hebben verdiend, of gewoon hebben, dat juist dié mensen er alles aan doen om de belasting te ontduiken. Die rupsje Nooitgenoeg willen zijn en aan één of twee of drie huizen, auto’s en boten niet genoeg hebben en nog een privéjet en een privé-eiland en nóg meer moeten hebben. Hoeveel heeft een mens nodig? Waarom moet die voetballer, die per week een ton verdient, ook nog via offshore bedrijven op Panama met duistere transacties de belastingdienst succesvol omzeilen? Waarom moet één van de rijkste families van Nederland, met een geschat vermogen van 6,2 miljard, via trusts op Bermuda en brievenbusfirma’s op de Britse Maagdeneilanden privéopnames en schenkingen uit het zicht van de belastingdienst weten te houden. En zo staan er veel namen op de zwarte lijst van de Panama papers. Ook veel van die zogenaamde weldoeners. Zoals die popzanger of die hippe ondernemer die breeduit via de media laten weten hoe goed zij wel niet zijn voor de mens en de wereld om hun heen door geld te doneren of om geld op te halen voor goede doelen. Maar die nu boven komen drijven als de allergrootste belastingontduikers. Ja, dat is makkelijk weggeven en zo betalen ze dan voor een schoon geweten? Daar erger ik mij dus rot aan.

Iedereen moet belasting betalen. Dat is nu eenmaal de afspraak en het systeem waardoor onze maatschappij functioneert. En wij krijgen er ook wat voor terug. Ook de mensen die zichzelf nog meer willen verrijken door belasting uit de weg te gaan maken gebruik van de voorzieningen die betaald worden met geld van de belastingbetaler. De geasfalteerde rijksweg, de brug over een rivier, de straatlantaarns, het ziekenhuis, de zorgcentra, het onderwijs… En ook al heb je 100 miljoen op de bank staan, dan nog krijg je net zoals ieder andere Nederlandse staatsburger een AOW-uitkering, want ook daar heb je jarenlang belasting voor afgedragen, als het goed is. Natuurlijk moet er een goede balans zijn tussen de afdracht en wat je er voor terug krijgt. Wij hebben tijden gekend waarin je gestraft werd voor hard werken. Dat je, hoe meer als je verdiende, je steeds meer belasting moest betalen, tot wel 70 cent van elke gulden die je verdiende. Nu is er een milder belastingstelsel. En een ondernemer die hard werkt en risico’s neemt die mag, als het goed gaat met zijn bedrijf, ook navenant beloond worden. Maar elke burger en elke ondernemer mag terecht de vraag stellen: wat krijg ik terug voor mijn belastingcenten?

Als ondernemer blijf ik daar kritisch naar kijken. Is die balans in orde? Wij behoren met DMT nog steeds tot het MKB, het Midden Klein Bedrijf. Wist u dat 99,8 % van alle Nederlandse bedrijven onder de definitie MKB valt en dat het MKB goed is voor 66% van het Bruto Nationaal Product en werk verschaft aan 67% van de beroepsbevolking? Daar kunnen de multinationals ‘nog een puntje aan zuigen’. En toch kan ik mij niet aan de indruk ontrekken dat het juist de multinationals en die start-up bedrijven zijn die door de overheid met subsidies en geringere belastingdruk extra worden geholpen. Dat daar, vanuit de politiek, altijd focus op is. Ja, ze kunnen beter goede sier maken met namen als Shell, Unilever, ING Groep of een nieuw, spraakmakend online bedrijf dan met DMT (denken ze). Maar als je de sector MKB als één geheel bekijkt zijn wij immers mega belangrijk. Ik voel mij ook zo’n ondernemer die zijn kop stoot tegen het plafond. Wij zitten met het bedrijf ook in zo’n fase van: en hoe nu verder? Misschien zou de overheid meer kunnen doen om bedrijven als het onze in de verdere groei te stimuleren. Ooit heb ik mee gedaan aan het programma ‘groeiversneller’, deels door de overheid gefinancierd. Voor DMT heeft het destijds gezorgd voor een enorme ‘boost’. Het programma is gestopt maar de overheid kan meer doen. Bijvoorbeeld het faciliteren van clusterorganisaties en campussen waar ondernemers van kunnen profiteren door het uitwisselen van kennis en ‘know-how’ en door gebruik te maken van de geboden accommodaties, zoals laboratoria, werkplaatsen, kantoorruimtes en kennisinstellingen. Want van die middengroep, bedrijven met 250 tot 1000 medewerkers, zijn er de laatste tijd meer van verdwenen dan er zijn gecreëerd. Het blijkt dat in die categorie doorgroeien moeilijk is. Dat kan ook aan de ondernemer zelf liggen, of geen goede mensen om hem heen, of problemen met financiering maar ik vind dat het een taak is van de overheid om die bedrijven te ondersteunen en te helpen in de groei. Want van hieruit kan er veel werkgelegenheid worden gecreëerd wat belangrijk is voor de economische groei en voor de belastingdienst en dus voor de maatschappij.

Ik pleit er voor dat de politiek en het bedrijfsleven, ambtenaren en ondernemers meer moeten samenwerken. Lastig genoeg want allebei hebben ze een ego van hier tot Tokyo. En toch moet het kunnen. De overheid moet zich afvragen: ‘waar help ik de ondernemer mee?’. En de ondernemer mag aangeven: ‘met goed onderwijs, een prima vestigingsklimaat, duurzame ECO-systemen, geringere belastingdruk, meer subsidies…’ Natuurlijk moet de ondernemer zijn eigen verantwoordelijkheid houden en moet hij de durf hebben met zijn kop door het plafond te breken. Als de overheid goed gaat kijken, en vooral luisteren, naar wat een ondernemer zoal tegenkomt bij de groei van zijn bedrijf, en als gevolg daarvan die groei zou willen stimuleren met gunstige regelingen en goede voorzieningen, dan worden wij er allemaal wijzer van. Gaat het de ondernemer goed, dan gaat het de overheid ook goed. En zo dragen wij dan samen bij aan een schone en welvarende toekomst.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

Laatst had ik een probleem met mijn bankpas. Ik dacht, ik moet toch het dorp in voor een boodschap en dan vraag ik bij de bank even of zij mij hiermee kunnen helpen. Maar ik kwam van een koude kermis thuis. Het is niet meer een kwestie van ‘even’ binnenlopen. Account managers zitten niet meer achter een bureau op een bankfiliaal. Ik weet ook niet waar ze wel zitten, maar het moet tegenwoordig allemaal ‘online’ gaan. Voor elk product of dienst en voor elke vraag en probleem is er wel een knop op de website. Maar of je die vindt is een tweede. Of ik kijk bij de FAQ’s maar ja, mijn vraag zit er natuurlijk niet tussen. Heel herkenbaar, toch? Wat een verschil met vroeger. Elk dorp van redelijke omvang had wel een bankkantoor of filiaal en soms zelfs een tweede bank van een andere signatuur. Een beetje stad had minstens drie tot vier banken van een verschillende kleur. En dan had je nog banken die meer gericht waren op particulieren en andere op het MKB en weer andere op vooral agrarische bedrijven. Nu zijn bijna alle filialen opgeheven en zetelen er nog maar een handjevol bankmedewerkers in kantoorgebouwen die zo groot zijn als kastelen.

Laten wij eens kijken naar de rol en taak van wat de bank in vroegere tijden voor het MKB betekende en hoe het nu is. Heel lang was het zo: op een dag voelde iemand zich ondernemer en dacht hij, ach, laat ik eens een zaak beginnen. De volgende stap was dan een afspraak bij de bank. En onder het genot van een kopje koffie – koekje erbij? – met de directeur (of zelfs met een cognacje met sigaar) was een krediet zomaar geregeld. Het pand of de machines werden aangekocht en de beste man kon beginnen. De bank vroeg nergens naar, niet naar een ondernemingsplan, zelfs niet naar garanties. De ‘blauwe ogen’ en een goede naam was al voldoende. Zo ging dat in andere tijden. Je had de dominee, de notaris, de hoofdagent en de bankdirecteur en iedereen kende elkaar. Een financiering? Dat regelde je even. Daar was Nederland uniek in: financiering van het MKB door banken; in het buitenland doorgaans veel minder gangbaar. Maar zoals wel is gebleken, veel leningen en hypotheken waren gebaseerd op ‘lucht’ en dat is een van de oorzaken waarom op een gegeven moment de gevestigde bankorde als een kaartenhuis in elkaar zakte. Banken leenden elkaar geen geld meer, de solvabiliteit viel weg, de kredietcrisis was compleet. Nagenoeg alle Nederlandse banken raakten door het dure casinospel in de problemen met als gevolg dat banken werden genationaliseerd en de belastingbetaler voor de kosten mocht opdraaien. Dat is allemaal alweer zo’n tien jaar geleden.

Inmiddels maken de banken weer miljarden winst. Maar voor het MKB zijn het heel andere tijden. Zij kunnen bijna niets meer gedaan krijgen bij de bank. Het is over met ‘de vent en de tent’. Er wordt eigenlijk alleen nog maar gekeken naar de cijfers, de ondernemer zèlf telt – door de bank genomen – niet meer mee. Op de balie staat een bordje met de tekst: R.U.K. = red uw kont. Kredieten beneden de € 250.000,00 moet je tegenwoordig via de website aanvragen. Ergens op een hoge etage op een of ander hoofdkantoor wordt dan door een compleet onbekende over de aanvraag geoordeeld: als een soort Caesar gaat de duim omhoog of omlaag. Pas met aanvragen van boven de € 1 miljoen komen ze nog uit hun stoel en kunnen wij een kopje koffie krijgen.

Maar goed, aan de ene kant kan ik er tegen aan schoppen, aan de andere kant begrijp ik het ook wel. Veel ondernemers hebben hun zaken ook niet goed voor elkaar. En dan lopen de banken te veel risico. Het is een andere tijd, banken moeten anticiperen op veranderingen die wij zelf hebben ingezet. En banken hebben zo hun eigen problemen en bestaan over tien jaar niet meer in hun huidige vorm. Dus worden ondernemers ook gedwongen om anders te denken, andere mogelijkheden te onderzoeken. Wij moeten er ook niet moeilijk over doen, een bank is tenslotte slechts een ‘ordinaire geldwinkel’. En geld is op meerdere plekken wel te krijgen. Vooral nu. Er bestaan investeringsfondsen, beleggers initiatieven, vermogens beheerders die graag in zee gaan met ondernemers met een goed plan. Door het wegvallen van een aantrekkelijke bancaire rente moet je wel op zoek naar andere vormen om een goed rendement op vermogen te krijgen. En ‘crowdfunding’ is inmiddels ook een serieuze vorm van financiering geworden. De beschikbaarheid van geld is niet het probleem. Maar er is wel een gebrek aan goede plannen. Én de vraag is, hoe breng je dat nu bij elkaar: een ondernemer met een goed idee en een instantie of privépersoon die daarin wil investeren. Ondernemers moeten leren hun ideeën te ‘verkopen’ met een goed verhaal, met een pakkende inhoud. En moeten ook bereid zijn dat er mensen ‘meekijken’ in hun onderneming. Ik vind dat alleen maar goed. Toen wij als DMT wilden groeien, écht grote stappen wilden maken omdat wij grote mogelijkheden zagen, zijn wij in contact gekomen met de NOM (Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland). Wij hebben hun ervan kunnen overtuigen dat er voor DMT voldoende potentie aanwezig was om door te groeien. De NOM heeft toen een belang genomen in het bedrijf in ruil voor kapitaal waarmee wij onze groei konden financieren en onze waarde konden vergroten. Ook daar heb je durf bij nodig en die is er in Nederland niet zoveel. Als je hier soms ondernemers ziet ‘pitchen’ om financiers te overtuigen dan krijg ik vaak tranen in de ogen: 1% inspiratie en 99% transpiratie. Neem start ups als Apple, Amazon, Microsoft, Tesla… noem ze maar op. Als Steve Jobs zijn verhaal niet met overtuiging en enthousiasme had kunnen brengen dan was hij nooit de garage uitgekomen. Maar zijn visie werd door anderen geloofd en staken er geld in en de rest is geschiedenis.

Ik las laatst iets opmerkelijks. De belangrijkste ingrediënten voor succesvolle start-up’s/ondernemerschap zijn, in volgorde van belangrijkheid: 1. timing, 2. uitvoering/team, 3. idee, 4. business model en pas als laatste: 5. geld. Je kunt niet zonder geld, maar het is dus niet het belangrijkste. Als je weet waar je mee bezig bent en je een goed verdienmodel én de markt hebt gevonden en je kunt beschikken over een team die goed kan organiseren dan ligt het geld om de onderneming te financieren voor het oprapen. Investeer daarom in goede netwerken. Ondernemers hoeven niet meer afhankelijk te zijn van een bank om te kunnen groeien. Wees creatief en de oplossingen liggen voor het grijpen. Wel jammer… als de banken hun sponsoring op termijn moeten stoppen, hoe komt het dan straks met de handbalclub van Dokkum of de kaatsvereniging in Wommels? Ach, dat zal zich vast wel weer op een andere wijze oplossen. Misschien wel door een succesvolle ondernemer.

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

 

 

Heeft u het gezien? Die live beelden uit de ruimte, gefilmd vanuit een rode Tesla Roadster Cabrio over het schouder van ‘Starman’, in een ruimtepak met de linkerarm achteloos op de autodeur met op de achtergrond onze aarde alwaar de ‘Spacecar’ slechts een luttele aantal uren eerder vandaan is geschoten. Dat is toch ongelofelijk? Dat het technisch mogelijk is, ok… dat is allemaal wel te verklaren. Maar het gaat mij meer om het idee. Hoe bedenk je het? Dan ben je een visionair, dan heb je durf, doorzettingsvermogen en overtuigingskracht maar vooral ook: dan heb je gevoel voor humor. Op het dashboardscherm staat nog steeds de tekst te lezen: ‘Don’t panic’. Op het muzieksysteem klinkt de bekende hit van David Bowie: ‘Space Oddity’. Een ongekend statement en een geweldige marketingstunt. Tesla: de eerste personenauto in de ruimte en daarmee tegelijk de snelste auto ooit. Niet gezien? Kijk dan hier

In mijn vorige blog eindigde ik met de opmerking dat de wereld gebaat zou zijn met meer durfals en visionairs. En zie, ik wordt op mijn wenken bediend: Elon Musk laat het weer zien. In plaats van blokken beton, die eerder als ballast werden meegenomen in testraketten, stuurt hij zijn eigen cabriolet mee de ruimte in. Dat werkt ongetwijfeld meer inspirerend op een jonge, ambitieuze generatie dan dood beton. Zo’n stunt spreekt tot de verbeelding en maakt wetenschap en techniek ‘sexy’. En dat is weer goed voor nieuw talent aan het firmament. Het hemelgewelf waar voor – wie zal het zeggen – honderden? jaren de rode elektrisch aangedreven Tesla Roadster met zijn mysterieuze bestuurder zal rond cirkelen als er op de aarde allang geen auto meer rondrijdt met een verbrandingsmotor. Er gaat de komende jaren veel veranderen in de mobiliteit, is mijn verwachting. Over tien jaar is het straatbeeld compleet anders. Auto’s zullen uiterlijk veel meer op elkaar gaan lijken. Mensen hoeven zich namelijk niet meer met een auto te onderscheiden want niemand investeert straks nog in een eigen auto. Mobiliteit wordt gevraagd op het moment dat het nodig is. Je roept het op en een zelfrijdende auto komt naar je toe en brengt je waar je zijn wilt. Files gaan tot het verleden behoren, hoe mooi zal dat zijn. Die onzin dat je met z’n allen in een rijtje stil staat. Verlies van tijd, verlies van energie, verlies van milieu, verlies van geld. Grote auto’s met maar één passagier, dat slaat eigenlijk toch nergens op. Straks kies je wat je nodig hebt. Klein, als je alleen naar je werk gaat, groot als je met je gezin op vakantie gaat. En dan zonder de antieke verbrandingsmotor. Auto’s – of misschien kom er zelfs een andere naam voor – zullen op elektriciteit gaan rijden, vooral verkregen uit zon energie. En de stekker auto zal ook gaan verdwijnen, zonnepanelen op het koetswerk van de auto zal voldoende zijn voor onbeperkt en schoon rijplezier. En de ontwikkeling van waterstofauto’s zal ook verder gaan. De voorzitster van de Raad van Bestuur van Shell rijdt al in een proefmodel van een waterstofauto. Ja, ze zullen toch iets anders moeten bedenken, de grote oliemaatschappijen en de traditionele auto industrie, nu hun hegemonie in de fossiele brandstof aan alle kanten wordt aangevallen en ineen dreigt te storten. Eindelijk…

Niet alleen in de auto industrie zijn er revolutionaire ontwikkelingen en innovaties. Ook andere vormen van mobiliteit, bijvoorbeeld zeeschepen, schakelen deels over op andere energie zoals LNGbiogas. En dan komt DMT weer in beeld, dat is ook in ons belang. Met onze kennis en techniek voor het opwaarderen van biogas is er een heel goede transitie brandstof op de markt beschikbaar die uitermate geschikt is voor mobiliteit zoals auto’s, bussen, vrachtwagens, (zee)schepen maar ook voor woningen om te verwarmen of om op te koken. Zoals wij biogas kunnen opwaarderen heeft het de kwaliteit van aardgas. Als straks huizen worden afgesloten van het Groninger aardgas dan zou biogas een perfecte vervanger kunnen zijn die zonder al te veel kosten via het bestaande netwerk geleverd zou kunnen worden. Er zijn te weinig kubieke meters biogas beschikbaar en te produceren om aardgas geheel te vervangen maar biogas zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren, zeker als transitie naar een andere, duurzame oplossing.

De olie- en auto industrie zullen ook oplossingen moeten vinden en andere verdienmodellen moeten ontwikkelen nu ze de markt niet meer kunnen dicteren. Ze komen niet meer weg met het besjoemelen van de uitstoot van dieselmotoren. Het machtsblok van de auto industrie redt het niet meer met opgelegde afspraken en omkooppraktijken. Mensen als Elon Musk hebben laten zien dat het anders kan. Nu zijn ook Audi, BMW, Volvo, Toyota en andere autoproducenten volop bezig met het ontwikkelen en op de markt brengen van goede alternatieven. De auto is een rijdende computer geworden. De ideeën, studies, techniek en kennis waren al een tijd voorhanden maar werden bewust tegengehouden en tegengewerkt door de gevestigde orde. Met andere woorden: veel eerder was de uitstoot van CO2 te reduceren geweest als niet het huidig economisch model, de lineaire economie, zo afhankelijk zou zijn van fossiele energie. En nu moeten ze er als de kippen bij zijn om toch vooral niet de aansluiting op de nieuwe tijd te gaan missen. Eerder hebben wij dat gezien bij bijvoorbeeld de fotorolletjes van Kodak en Fuji, de telefoons van Motorola, Nokia en Blackberry en de videobanden van VHS, die hun toppositie verspeelden en links en rechts werden ingehaald door nieuwe ontwikkelingen en innovaties van nieuwe start ups. En dat is mooi. Alsmaar de lat hoger leggen en de stip verder op de horizon leggen. OMDENKEN. Wat houdt ons tegen? Wetenschap en technologie zullen zich altijd blijven ontwikkelen, dat is niet te stoppen. Niet door politieke, industriële of economische machtsblokken en zelfs niet door commerciële belangen. Er zijn wel krachten die het proces kunnen vertragen maar écht tegenhouden niet.

 

Ik wil een appel doen op ondernemers en op de ambtenaren bij de overheid om vooral goed samen te werken. Alleen dan creëer je een klimaat waarin innovaties kunnen uitgroeien tot succesvolle producten en duurzame verdienmodellen. Alleen dan komen durfals en pioniers bovendrijven. Want waar zijn ze? Ik zoek ze. Kom maar op! Ik daag jullie uit. En breng ons de ideeën die wij nodig hebben voor het ontwikkelen van een schone en welvarende toekomst. Ik zal ze omarmen.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

 

Het nieuwe jaar is met een grote knal begonnen. En dan heb ik het niet over vuurwerk. De dreun in Loppersum met een kracht van 3.4 op de schaal van Richter was in Den Haag zelfs te horen. En het lijkt alsof ze er doof van zijn geworden, Rutte en zijn rebellenclub. Je zal toch daar op het Groninger gasveld wonen… Stel je eens voor, u als lezer. Een plotselinge trilling in uw huis, lampen zwaaien heen en weer, schilderijen vallen, scheuren vertonen zich in muren, vloeren en plafond. Ramen springen…. Een huis is voor veiligheid, in je eigen huis moet je vertrouwd kunnen leven. Houd toch op met die gaswinning, het is einde verhaal. Zet nu alles op alles om zo snel als mogelijk over te stappen op andere energiebronnen. Er zijn goede alternatieven voor de transitie periode, zoals biogas. Dat kan niet de hele behoefte naar aardgas vervangen maar kan wel een belangrijke bijdrage leveren. De techniek is er, maar het ontbreekt vaak aan politieke wil. Natuurlijk spelen kosten hierin een belangrijke rol maar op termijn zal het Nederlandse gas toch niet meer voorhanden zijn dus dan kun je het net zo goed nu goed aanpakken. De toenemende schaalgrootte zal de kosten naar normale proporties terugbrengen.

“Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren” om de woorden van Willem Elschot maar eens te gebruiken in een geheel ander verband. En dat wetten belemmerend kunnen werken maken wij maar al te vaak mee. Wij zijn als DMT lid van ENVAQUA, een vereniging die de belangen behartigt van Nederlandse bedrijven in de milieu- en watertechnologie. Voor alle aangesloten leden is de circulaire economie een belangrijke peiler. Wij streven naar een gezond economisch en circulair klimaat waarbij wij ideologie en business verenigen. Maar daarmee zijn wij er niet, zonder een overheid die bereid is innovaties te stimuleren kom je nergens. Als voorzitter van deze club heb ik ervaren dat, voordat nieuwe producten en technieken marktrijp zijn, wij niet alleen technische barrières moeten slechten maar dat de wet ook niet altijd aan de kant van de vernieuwer staat. Zo komt het regelmatig voor dat er geweldige innovatieve producten en technieken voorlopig in de ijskast belanden omdat de wet introductie nog niet toelaat. En dat terwijl de maatschappij steeds meer waarde hecht aan eerlijke en duurzame producten. De overheid kan dit proces versnellen door praktische wetgeving op te stellen en innovaties de ruimte te bieden. Nederland kan een etalage zijn met een keur aan bedrijven die allemaal het belang van een circulaire economie en verbetering van de leefomgeving voorop hebben staan. Om hiermee succesvol te zijn in het buitenland is het nodig dat de thuismarkt voor ‘biobased technology’ groeit en bloeit. Wij beschikken over tal van bedrijven met innovatieve ideeën en technieken die kunnen bijdragen aan een betere wereld. Nederland heeft de potentie om ‘the place to be’ te zijn op dit gebied. De aanhouder wint, zullen we maar zeggen.

Onder de titel ‘Laten we samen leidend zijn’ heeft ENVAQUA een boekje uitgebracht en gepresenteerd aan vertegenwoordigers van de overheid, wetenschap en bedrijfsleven. Hierin worden een aantal praktijkgevallen  besproken van innovatieve ondernemers die zich beperkt voelen door wet- en regelgeving die vooral nog is gebaseerd op een lineaire economie. Ook al zijn wij niet ontevreden over het enthousiasme van de overheid over onze circulaire economische ontwikkelingen, wij blijven doorgaan met lobbyen in de goede richting. Een betere samenwerking tussen ondernemers, wetenschap en overheden leidt tot een sterke, vooruitstrevende B.V. Nederland. Er is nog zoveel te winnen. Ga maar na. Voordat iets 100% succesvol is, dan is 25% van de inspanning ‘technologie’ en 75% ‘het doorbreken van institutionele barrières’. Neem het komend verbod op pulsvissen. Een fantastische innovatie, een moderne, duurzame vismethode is om zeep geholpen door economische en politieke belangen. Dat krachtenveld is enorm. Wij hebben er binnen DMT dagelijks mee te maken. Zo voorzien wij goede mogelijkheden om biogas in te zetten als een transitie energiebron voor aardgas. Natuurlijk is het zo dat er onvoldoende biogas te produceren is om aardgas volledig te vervangen maar dat hoeft ook niet. Ik geloof in een mix van duurzame energiebronnen die het mogelijk gaan maken aardgas op termijn te vervangen. Wind- en zonenergie, biogas, groene waterstof… Maar ja, duurzaam is ook nog steeds duur zolang de schaalgrootte niet toeneemt. Er spelen enorme maatschappelijke en economische belangen door elkaar heen.

Toch zie ik de zware aardbeving in Groningen als positief. Niet voor de gedupeerden als wel voor de toekomst. Eerst moesten in Nederland de dijken doorbreken en Zeeland onder water staan – met alle gevolgen van dien – voordat de Deltawerken er kwamen. Eerst moesten de gebieden rond de Zuiderzee meerdere keren overstromen voordat de Afsluitdijk werd gebouwd. Eerst moesten de rivieren zwaar buiten hun oevers treden en kelders onderlopen voordat dijken worden verhoogd en uiterwaarden verbreed. Eerst moet het kalf verdrinken voordat de put wordt gedempt. En zo zal het nu ook gaan. Na de grote klap wordt de gaskraan steeds meer dicht gedraaid zodat alternatieven een kans krijgen, de schaalgrootte toeneemt en duurzame energie ook betaalbaar wordt. Ik voorspel: over 10 jaar is het voor een belangrijk deel gebeurt met fossiele energie. Oliemaatschappijen zoals Shell zullen het tij moeten keren, mede onder druk van aandeelhouders, politiek en markt. De tijd van de verbrandingsmotor is voorbij. Hoe is het mogelijk dat in een tijd waarin de ene innovatie op de andere volgt de verbrandingsmotor in haar ontwikkeling heeft stilgestaan. Daar is maar één antwoord op: het grote economische belang in de auto-industrie, gerelateerd aan en gedomineerd door fossiele energie. Maar die hegemonie van de traditionele auto-industrie is en wordt doorbroken door steeds meer visionairs en durfals zoals Elon Musk van Tesla. Mobiliteit wordt in de nabije toekomst compleet anders, daarover later meer. Ik ben er al mee begonnen. Mijn auto rijdt op CNGbiogas. Zodat ik niet alleen met DMT maar ook persoonlijk het gevoel heb bij te dragen aan een schone en welvarende toekomst.

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

DMT Environmental Technology is very happy to announce that Angel Fernández will be responsible for representing DMT in Spain as of June 15th. Kromschroeder/ Angel Fernández has over 27 years’ experience as a Business Developer at a company with a multinational presence, offering high value and energy efficiency technologies. With a Degree in Chemical Engineering from the EUITIB – UPC and a Master in Marketing Management from ESADE, he will join the DMT team and will be managing the market from Barcelona and he will be responsible for DMT’s portfolio of biogas upgrading, desulphurization, and resource recovery technologies. DMT´s employees are looking forward to collaborate with Kromschroeder/ Angel Fernández.