DMT is een serieuze speler op de markt voor duurzame energie en milieutechniek. We zijn gespecialiseerd in het ontwikkelen, vermarkten en bouwen van cleantech zoals biogas opwaardeerinstallaties. Het is onze passie om met ‘slimme’ technische installaties een maximaal rendement voor onze klanten te realiseren en daarmee de groene economie vorm te geven. Technologie waar wij momenteel aan werken is pressure swing en temperature swing adsorption (PSA/TSA). Met deze technieken streven wij ernaar om de prijs van opwaarderingstechnologie en operationele kosten verder te verlagen, alsmede de methaan emissies te reduceren. De eigenschappen van de adsorbenten in deze techniek zijn van groot belang voor de kwaliteit van het opgewaardeerde biogas en de vormgeving van het systeem. Daarom werken wij samen met de Rijksuniversiteit Groningen en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) om innovatieve adsorbenten te ontwikkelen voor de selectieve absorptie van CO2 uit biogas.

Er was eens… een tijd dat De Republiek Der Verenigde Nederlanden het machtigste rijk ter wereld was. Dat kleine kikkerlandje, dat uit de soevereine staten Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland, Zeeland, Drente (en voor de rest uit water) bestond, speelde de hoofdrol op het wereldtoneel. Dat was voornamelijk te danken aan een particuliere Nederlandse handelsonderneming, genaamd: De Vereenigde Oostindische Compagnie, destijds het grootste handelsbedrijf ter wereld en de eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen. In bijna tweehonderd jaar (1602-1800) heeft dit bedrijf, dat in meerdere landen vestigingen had, enorm bijgedragen aan de economische groei en welvaart van Nederland. In haar glorietijd had de VOC 25.000 werknemers in Azië in dienst en 3.000 personeelsleden in Nederland. Amsterdam dankt haar rijke geschiedenis en fraaie koopmanshuizen aan de VOC. Met de verovering van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden door Frankrijk kwam aan die hegemonie een einde. Maar de naam van ‘De Hollander’ als slimme ondernemer en handige handelaar was gevestigd. Onze huidige positie als natie is ontleent aan de basis van die tijd. Zonder de ondernemingsgeest en visie van een aantal kooplieden waren wij nu niet waar wij nu zijn.

Daar moeten wij het van hebben. Ondernemers die hun nek durven uit te steken en die zorgen voor groei: in omzet, in winst en in werkgelegenheid. Die er voor zorgen dat Nederland economisch draait, én goed draait en blijft draaien. En dat is moeilijk genoeg. In tijden van hoogconjunctuur zie je vaak dat de groei stabiliseert en consolideert en dat men wegzakt in zelfgenoegzaamheid: ‘het is wel goed zo’. De prikkel is er niet meer, blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Het Romeinse rijk is uiteindelijk aan decadentie ten onder gegaan, het ging te goed. Ook andere culturen zoals het Griekse, het Egyptische, het Maya en het Inca Rijk zijn na het hoogtepunt uiteengevallen. Niet dat ik bang ben dat Nederland aan het afglijden is maar wij moeten wel oppassen en waakzaam blijven. Grote Nederlandse ondernemingen zijn al in buitenlandse handen en wij zetten straks onze grootste melkkoe, de aardgaswinning, ook nog op stal. Maar misschien klopt deze tegelwijsheid wel: ‘het moet eerst slechter gaan wil het beter worden’.

In economieën waar het goed gaat blijven de meeste mensen graag in loondienst werken. Niets mis mee want dat is vaak het kapitaal van de onderneming en goede medewerkers wil men niet graag kwijt. Ik ook niet. Maar gaat het slecht met de onderneming en vallen er gedwongen ontslagen dan zie je ook dat er onverwacht ondernemers komen bovendrijven. Die gaan niet bij de pakken neerzitten maar nemen eigen initiatief. En durven risico te nemen en verkopen zelfs hun huis om aan startkapitaal te komen voor het uitvoeren van hun idee. Dat zijn de ondernemers die wij zoeken. Helaas zijn die op dit moment schaars en moeilijk te vinden. Het gaat hier te goed. Je komt ze wel tegen in de zogenaamde BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Landen waar de prikkel om het beter te krijgen dan je ouders dermate groot is dat er vele ondernemers zijn opgestaan en bedrijven hebben opgericht en inmiddels een belangrijke bijdrage leveren aan de groei van de economie. Als Afrika zijn infrastructuur op orde krijgt zal dat op termijn een van de grootste economieën ter wereld kunnen worden.

Ik was onlangs gevraagd om tijdens de WaterCampus Business Challenge in Leeuwarden een college te geven over ondernemerschap. Ik had mijn verhaal de titel: ‘The challenge of a proposition’ meegegeven. Mijn gehoor bestond uit een bont, internationaal gezelschap, van studenten tot 50-plussers, mannen én vrouwen en allemaal ‘ondernemers-in-de-dop’. Zij moesten in een week tijd via stoomcursussen een ondernemersplan in elkaar draaien op basis van hun idee, product of dienst. Maar toen ik mijn gehoor vroeg of er iemand was die wist wat het begrip ‘marketing’ inhield bleef het akelig lang stil. Uiteindelijk stak een Zweedse jongen voorzichtig een vinger op en zei dat hij er wel eens van had gehoord. En ik wist gelijk dat het een moeilijke ochtend zou worden. Daar lopen veel ideeën en plannen mank. Vooral bij techneuten. Die hebben vaak geen gevoel bij de markt, geen idee bij de behoefte van de klant en al helemaal niet hoe het naar buiten toe te brengen. Die kunnen jarenlang aan een idee werken zonder zich af te hebben gevraagd of er eigenlijk wel iemand is die daar op zit te wachten. Die kunnen zich niet verplaatsen in de klant. Hoe luidt de propositie naar de markt? Wat is het verdienmodel? Aan het eind van de week mochten de deelnemers hun plan in een ‘pitch’ presenteren. Tja… wat moet ik daar nou van zeggen, behalve dat ik was teleurgesteld en eigenlijk de meeste deelnemers het beste advies wou geven wat ik hun kon geven: ‘begin er niet aan, ga maar uit die dop’.

Ondernemen kun je niet leren, je kan er wel aanleg voor hebben en in een goede omgeving kan het verder ontwikkeld worden. Daarom zouden techneuten met een goed idee een multifunctioneel team moeten samenstellen waarin zij hun tekortkomingen door anderen laten aanvullen, met name op het gebied van commercie en marketing. Te vaak gebeurt het dat ‘het kind met het badwater wordt weggegooid’, dat er goede ideeën niet tot ontwikkeling kunnen komen omdat éénpitters er in verzanden of niet ‘het gouden idee’ of de kennis of het patent willen delen met anderen. Er zou een platform moeten komen waar (eigenwijze) techneuten en (slimme) ondernemers samen komen om ideeën, kennis, plannen en ambitie met elkaar te delen. Dit onder het motto: ‘If you can’t beat them join them”.

Wij hebben het binnen DMT ook meegemaakt dat wij als bedrijf in onze ontwikkeling stil bleven staan. Door het aangaan van samenwerkingsverbanden, allianties, overnames, participaties met kennisinstituten en door kennis en techniek te delen hebben wij onszelf weer los getrokken en is de trein weer gaan rijden.  Belangrijk is wel dat je weet wat het reisplan is en waar de trein naar toe moet rijden. Dat is simpel, de treinen van ondernemers hebben allemaal dezelfde bestemming: het vervullen van een behoefte van de klant, de ‘pain and the gain’. Dat hadden die handelsmannen van de VOC al vroeg voorzien. Ze brachten zout, specerijen, thee, koffie, porselein en andere goederen mee waarvan ze wisten dat de klant daar behoefte aan had nog voordat die daar zelf bewust van was en de meeste producten zelfs niet eens kenden. Marketing à la VOC in de Gouden Eeuw. Wij kunnen er nog altijd een voorbeeld aan nemen. Dus blijven wij ondernemen om in de behoefte te voorzien van een schone en welvarende toekomst.

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

Elke keer weer als ik Eric Wiebes op de televisie zijn beleid zie verdedigen dan denk ik: het is geen beleid. En elke keer als ik in de krant de visie van deze minister lees dan denk ik: er is geen visie. Ja, hij profileert zich goed, hij is sinds zijn aantreden flink bezig. Hij hakt knopen door, neemt beslissingen en draait gaskranen dicht. Maar is wat hij doet ook verstandig? Is zijn daadkracht ook maar enigszins onderbouwt? Of is zijn plan net zo bouwvallig als de Groninger huizen en boerderijen die dreigen in te storten. En zakt straks ook zijn strategie net zo in als de grond onder de voeten van de bewoners van Loppersum? Nou ja, ik zie het als de zoveelste aflevering in een tragikomische dramaserie waar Netflix jaloers op zou kunnen zijn. De Groningse plattelanders tegen het Haagse establishment en de rest van Nederland met de NAM als een soort Al Capone die met een ‘verdeel-en-heers-politiek’ altijd aan het langste eind zal trekken. Een en ander tegen een decor van met aardbevingen geplaagde troosteloze kleiakkers, onbewoonbaar verklaarde woningen, ineengestorte boerenbedrijven, weggezakte kavels en dakloze burgers en buitenlui. En met een nieuwe gastrol voor superman Eric Wiebes. Als het niet zo tragisch was zou je er om kunnen lachen.

Ik vind het allemaal zo kortzichtig. Het plotselinge besluit om de gaskraan dicht te draaien is onder de druk van de publieke opinie genomen. Och, die arme Groningers… het beeft wat. En de televisie brengt het leed van de scheuren in ‘de Grunninger’ gemeenschap haarscherp in beeld en brengt dit maar al te graag in de met aardgas verwarmde huiskamers van de rest van Nederland. Och, het is me toch wat. Je zou er bijna een televisie inzamelingactie voor willen organiseren ware het niet dat wij al flink via de gasprijs betaald hebben. Dat de opbrengsten daarvan niet bij de Groningers komen, daar kunnen wij toch niets aan doen?
En waarom zouden wij ook? Dankzij Napoleon hebben wij allemaal recht op dat gas en op de winst. Die heeft bij de wet bepaald: de suikerbieten in de grond zijn van boer Piebis, het aardgas onder de grond is van volksvertegenwoordiger Wiebes, dus van alle Nederlanders.

En daarom vind ik dit: Nederland moet niet van het gas af, Nederland moet juist aan het gas! Wat een onzinnig plan om die gaskraan in 2030 definitief dicht te draaien. Waarom zou Nederland dat moeten doen? De landen om ons heen zullen het niet begrijpen. Die willen juist aan het aardgas. En Nederland heeft de meeste kennis van deze schone fossiele energiebron als grootste aardgasproducent van Europa. Niet voor niets heeft de overheid als doelstelling een belangrijke rol te willen spelen in Noordwest-Europa in de doorvoer en tijdelijke opslag van aardgas, de zogenaamde aardgasrotonde. En dan gaan wij ons eigen gas niet benutten, niet ten gelde maken? Wat een kapitaalvernietiging! En de miljarden Euro’s investeringen aan infrastructuur en gasnetwerken in de grond, gewoon maar afschrijven? Er zit in het Groningerveld nog 646 miljard m3 in de grond en de kleine aardgasvelden kunnen ook nog 150 miljard m3 leveren. Denk eens in hoeveel geld dat vertegenwoordigd. En de Staat der Nederlanden heeft altijd flink van de baten geprofiteerd. Sinds de gaswinning in 1960 is begonnen is al een slordige € 265 miljard de staatskas binnengevloeid. De belasting op gas en de export naar het buitenland is goed voor tussen de 5% en 10% van de totale Rijksinkomsten van de Nederlandse staat. En hoe wordt dat na 2030 gecompenseerd? Niet door extra belasting te gaan heffen op het gebruik van aardgas, wat zij van plan is als jij niet van het gas af gaat. De Nederlandse Staat dwingt – hoezo dictatuur? – de burger van het gas af te gaan. Ja, in de nieuwbouw kunnen alternatieven als warmtepompen en zonenergie wel uit maar het kost tienduizenden Euro’s om bestaande woningen om te bouwen. En dat hoeft ook helemaal niet. De infrastructuur die er ligt is met relatieve goedkope aanpassingen perfect te gebruiken voor schone alternatieven zoals bijvoorbeeld biogas, waterstof en ammoniak.

Maar misschien wel de belangrijkste reden om ons Groninger gas op te gaan gebruiken is deze. Het is de schoonste fossiele brandstof die je maar kunt bedenken. Het levert de meeste energie met de minste uitstoot van CO2, zelfs 30% minder dan bij olie en 60% minder ten opzichte van steenkool. Dus willen wij met de huidige economische groei het klimaatakkoord van 2040 halen (49% minder C02 uitstoot dan in 1990) dan kunnen wij voorlopig beter door gaan met het schone aardgas en het gebruiken als transitiebrandstof. Ondertussen kunnen wij dan werken aan goed doordachte en betaalbare alternatieven. Want verreweg het grootste deel van de opgewekte elektriciteit komt van olie en steenkool gestookte centrales. Die behoefte is niet te voorzien met elektriciteit afkomstig van windmolens en zonnepanelen, écht onmogelijk. De infrastructuur is er bij lange na niet op ingericht en opslagcapaciteit voor energie is nog niet voorhanden. Met aardgas kunnen wij ook heel veel schonere elektriciteit produceren. En andersom: elektriciteit opgewekt door wind- en zonenergie kan worden omgezet naar gas, zoals waterstof en methaan. Op het moment van onvoldoende afname van elektriciteit en het ontbreken van de mogelijkheid voor opslag van het surplus, kan het op die manier worden geïnjecteerd in het gasnetwerk: power-to-gas.

Dus, Nederland moet niet van het gas maar aan het gas (blijven). En de Groningers? Och ja, de Groningers. Nou, ik zou als de Staat der Nederlanden ze goed compenseren. Geef ze allemaal een miljoen voor hun wrakke huis of hun verzakte boerderij en laat ze op kosten van de Staat verhuizen naar veiliger oorden. Geef ze een nieuwe woning en een afkoopsom en ontwikkel in de aardgaswingebieden een toeristische trekpleister die zijn weerga niet kent. Laat alle ingezakte grond vollopen met water en je krijgt een prachtig merengebied waar volop gezeild en gevaren kan worden. Verbind alle meren met kanalen en vaarten en Friesland krijgt er een geduchte concurrent bij. Al die kunstmatige waterwerken kunnen ook nog gebruikt worden als bufferbasis voor het opslaan van het overschot aan wind- en zonenergie. Dit levert de Groningers veel werkgelegenheid en economische groei op en het geld wat er wordt verdient blijft dan wèl in de provincie. Dat lijkt mij een beter toekomstperspectief. Want het gas raakt een keer op, dat is waar. Maar voor het zover is kunnen wij beter er alles uithalen wat er in zit. Voor alle duidelijkheid: dit denkbeeld is net zo onzinnig en onrealistisch als het plan van minister Wiebes. Dus blijven wij ondertussen gewoon doorwerken aan een schone en welvarende toekomst. Zet de pompen alvast maar aan!

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology

Thank you for visiting us at UK Biomethane and Gas Vehicles and we hope to see you again soon!
Meanwhile if you have any questions please feel free to contact us

DMT Environmental Technology zal op UK AD en World Biogas Expo 2018 onthullen hoe haar membraantechnologie een kwart miljard kubieke meter biomethaan heeft opgewaardeerd, genoeg groen gas om 227.000 huizen te verwarmen en duizenden voertuigen wereldwijd van stroom te voorzien. Ook gaat DMT zijn eerste in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verkoop- en serviceteam introduceren. Het nieuwe team gaat de service uitbreiden naar de UK en aan haar klanten in het Verenigd Koninkrijk. Het zal nieuwe ontwikkelaars helpen eenvoudig toegang te krijgen tot de innovatieve, rendement genererende upgradingtechnologie van DMT. Lees verder

Er zijn van die nieuwsberichten die met één enkel feit een wereldprobleem een gezicht geeft. Zo werd er onlangs in het zuiden van Thailand uit alle macht geprobeerd een walvis het leven te redden maar het bleek een kansloze missie. De griend had meer dan 80 plastic zakken (8 kilo!) in zijn maag, er was geen ruimte meer voor voedsel. Nu is Thailand een van de landen waar het meeste plastic zakjes wordt gebruikt maar plastic afval in het milieu is wereldwijd een gigantisch probleem. De Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen heeft het afvalprobleem ‘prachtig’ in beeld gebracht, en dan bedoel ik dat de foto’s indrukwekkend mooi zijn, niet de oneindige bergen vuilnis. Hij bestudeerde de afvalstromen in Tokio, Amsterdam en New York en hij fotografeerde de vuilnisbelten van Jakarta, Lagos en Sâo Paulo. De foto’s vertellen een duidelijk verhaal: de wereld heeft een gigantisch afvalprobleem. Dat is niet nieuw, dat weten wij al ‘een beetje langer’. Gemiddeld wordt in Nederland per persoon 500 kilo afval geproduceerd en gebruiken wij 100 kilo plastic (p/p) per jaar. Maar ondanks afspraken en initiatieven op wereld- en Europees niveau en door nationale en lokale overheden lijkt het probleem niet kleiner te worden. En wordt er enorm met het afval heen en weer gesleept. Nu China de import van vuilnis uit Westerse landen aan banden heeft gelegd – 8 miljoen ton per jaar – zitten o.a. Engeland en Italië er nu zelf mee in hun maag (net als de Thaise griend). Er is onvoldoende capaciteit om het vuil te verwerken dus wordt het nu in eigen land verbrand of begraven met alle milieugevolgen van dien. En lijkt het dat gestelde doelen als: in 2025 is de helft van het plastic recyclebaar en in 2050 is onze economie circulair… op diezelfde vuilnisbelt terecht zijn gekomen. Of toch niet, is er nog hoop?

Ja, natuurlijk wordt het in de toekomst beter. Uiteindelijk keert de wal het schip. Het is een kwestie van tijd. Ik was laatst op een bijeenkomst van ‘Holland Circular Hotspot’, een platform van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties, waar Thomas Rau, een zeer inspirerende spreker, een inleiding hield over de circulaire economie. Hij ziet de mens als een tijdelijke gast in een gesloten systeem, de aarde. Daarbinnen is alles even belangrijk voor een stabiele balans met een toekomst. Het hoogste doel is het faciliteren van continuïteit van leven, de economie is daarin de georganiseerde relatie tussen mens en natuur. Hij wil die relatie voorzien van een nieuwe systeemarchitectuur met steeds als uitgangspunt het faciliteren van onze tijdelijke aanwezigheid. Concreet heeft zich dat al vertaald in nieuwe concepten, producten en diensten. In zijn filosofie koop je niet een ‘lamp’ maar koop je ‘licht’. In een lineaire economie onttrek je grondstoffen, in een circulaire economie verbruik je niets, afval bestaat niet, alles wordt hergebruikt. Ik zie het al voor me: als ik mijn overhemd heb afgedragen worden de textielvezels hergebruikt voor de sokken van mijn buurman of voor de poetslappen van mijn schoonmaakhulp of in de vloerbedekking van de kledingwinkel waar ik een nieuw overhemd koop dat deels is gefabriceerd uit een oude jurk van de verkoopster. Het proces is ingewikkelder dan ik hier schets maar dit is het idee.

Ook zouden wij nog meer toe moeten naar een deeleconomie. De jongere generatie heeft al veel minder bezit en delen steeds meer huizen, auto’s, boten en andere duurzame goederen met elkaar. Nieuwe verdienmodellen zoals AirBNB en Über zijn op dit principe gebaseerd. “Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak” zei mijn vader vroeger al tegen mij en daar had hij natuurlijk gelijk in ook al verzamelde hij zelf van alles en nog wat onder het motto: “Wie wat bewaart heeft wat”. En dat is ook prima als het bedoeld is voor hergebruik. Het natuurlijk gevolg van een deeleconomie is dat er minder wordt geproduceerd, dus ook minder afval en minder energie verbruik. Mobiliteit – het noodzakelijk verplaatsen – zou ook veel meer gedeeld moeten worden. Bedrijven zouden werknemers ook met elektrische bussen van huis kunnen halen en/of wij pakken massaal de (elektrische) fiets. Het regent in ons land tenslotte maar 7% van de tijd en de meeste regen valt ook nog ’s nachts. Het verlies van productie, financiële omzet en banen wordt met andere verdienmodellen wel weer gecompenseerd.

En waar wij heel gauw mee moeten stoppen is met het heen-en-weer gesleep van troep. En dan heb ik het over goedkope spullen van een inferieure kwaliteit uit verre landen, zoals China. Meestal in slechte arbeidsomstandigheden geproduceerd met geen of weinig ontzag voor het milieu. En dan moet het hier nog naar toe met schepen, vrachtwagens en vliegtuigen en dan wordt het voor relatief veel geld verkocht door retailketens als Blokker, Action en Big Bazar waarna het na kort gebruik of plezier op de vuilnisbelt terecht komt en het, in het slechtste geval, terug naar China verscheept wordt. Wat dat betreft waren wij in de Middeleeuwen beter af. Transport ging met paarden en zeilschepen, zagen en malen met wind- en watermolens, hutten werden van riet, takken en plaggen gebouwd en kastelen van hout en stenen uit de directe omgeving. Er werd verbouwd en gejaagd wat er nodig was om van te leven en van huiden en vellen werd kleding gemaakt en van botten schaatsen en gereedschap. Hoezo duurzaam? Wat dat betreft is er niets nieuw onder de zon.

Ik ben er van overtuigd dat wij voor – of bijna op – de drempel staan van de circulaire economie. De drempel is hoog en er zijn nog andere obstakels te slechtten maar het gaat gebeuren, we worden er vanzelf toe gedwongen. Schaarste van grondstoffen, onttrokken aan de aarde, werkt hergebruik automatisch in de hand. Want, zoals altijd, bedreigingen creëren kansen. Dat is de taak van ondernemers, zij moeten de leiding nemen om wezenlijke veranderingen tot stand te brengen. De overheid kan dit ondersteunen met wetgeving op basis van het uitstekend werkend principe – dat al zo oud is als de weg naar (de club van) Rome – : ‘de vervuiler betaald’. En kennisinstellingen en wetenschappelijke instituten kunnen belangrijke bijdragen leveren maar het bedrijfsleven, de ondernemers, moeten het doen en de kansen ‘herkennen’. Zij moeten met nieuwe producten, technologieën en verdienmodellen komen. De transitie naar een circulaire economie zal ten koste gaan van het fossiele en lineaire bedrijfsleven maar het biedt tegelijk veel kansen: voor Nederland een financieel voordeel van 7,3 miljard Euro en structureel 54.000 extra banen. Hiervoor is een fundamentele verandering nodig van een heel systeem: ontwerp, productie, consumptie en hergebruik. En het vraagt om oplossingen op diverse niveaus, cultuurveranderingen en betere regelgeving. Financiële toegang, kennisuitwisseling en stimulatie van technische en sociale innovatie zijn hierbij essentieel.

Dat is ook de boodschap van Thomas Rau: “Don’t change the economy but change the spirit of the economy”. Alleen dan kunnen wij blijven werken aan een schone en welvarende toekomst. En hoeven wij niet terug naar de Middeleeuwen.

 

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology