Waar ik mij nooit iets bij kon voorstellen, daar heb ik nu een beeld bij gekregen. Het is gelukt om een foto van een ‘zwart gat’ te maken en vanaf nu zie ik, als ik aan een zwart gat denk, een soort warme donut voor me het daarop een geel laagje, gesmolten vanillesuiker. Want dat is wat ik zie op die eerste foto. Ik lees dat het zwarte gat zichtbaar is door het elliptische sterrenstelsel Messier 87 dat zich op 53 miljoen lichtjaren van de aarde bevindt. Het is gigantisch groot, het heeft een massa van 6,5 miljard keer de massa van de zon. Niets kan eraan ontsnappen, ook licht niet. Wat wij op de foto zien is de uiterste grens waar licht nog aan de enorme zwaartekracht van het zwarte gat kan ontsnappen, de zogeheten waarnemingszon, een ring van licht. Het zal wel. Maar wat ik zo interessant vind is dat de theorie over het bestaan van ‘zwarte gaten’ al in 1783 is geopperd door de Britse wetenschapper John Michell. Hij stelde dat er hemellichamen kunnen bestaan met zo’n sterk zwaartekrachtsveld dat de ontsnappingssnelheid groter is dan de lichtsnelheid, ca. 300.000 kilometer per seconde. Zulke hemellichamen stralen dus geen licht uit. En later werd zijn idee bevestigd door de relativiteitstheorie van Einstein in 1915. Het is niet aan mij weggelegd om dat u, geachte lezer, allemaal uit te leggen. Ik ben nu eenmaal geen wetenschapper. Maar ik vind wetenschap wel fascinerend. Dat de mens (niet allemaal) met zijn brein in staat is nieuwe theorieën uit te denken die vaak moeilijk of pas veel later te bewijzen zijn. Want volgens de theorie van Stephen Hawking kunnen zèlfs zwarte gaten ‘verdampen’, in een explosie van gammastraling. Maar ja, hoe weten wij of hij gelijk had? Het bewijs daarvoor kan pas over miljarden jaren worden geleverd.

Zonder de wetenschap hadden wij ’s avonds geen elektrisch lampje aan kunnen doen, ons niet gemakkelijk per auto kunnen vervoeren laat staan als een vogel door de lucht kunnen vliegen. Veel, zo niet alles, hebben wij te danken aan de wetenschap. Computers, DNA-technologie, internet, smart-phone’s, kunstmatige intelligentie… En het gaat maar door. Wetenschap ontwikkelt zich exponentieel. Misschien zijn er in het afgelopen jaar wel meer wetenschappelijke ontdekkingen gedaan dan in de tien jaar hiervoor. Daarom heb ik er ook alle vertrouwen in dat het ‘allemaal’ wel goed komt. Ik zie dat ook steeds meer om mij heen. De veranderingen gaan snel, mede dankzij de wetenschap en dankzij ondernemers die hier hun nieuwe verdienmodellen op kunnen baseren. De politiek kan het amper bijbenen. Wel moeten wij oppassen voor wetenschappelijke experimenten die op zijn minst ‘bedenkelijk’ zijn te noemen. Een Chinese wetenschapper claimt, in de embryonale fase, het DNA van een menselijke tweeling te hebben gemanipuleerd en deze genetisch resistent gemaakt voor HIV. Deze tweeling, Lulu en Nana, is inmiddels geboren. Je moet er toch niet aan denken dat hier een verdienmodel aan wordt gekoppeld. Op termijn zou je dan je ideale kind kunnen samenstellen en bestellen.

Het is niet toevallig dat dit in China is gebeurt. Met de toename van welvaart neemt ook de groei van wetenschappelijk onderzoek een vlucht: kennis is macht. En China is niet bepaald een land waar de ethische normen en waarden duidelijk in de grondwet zijn verankerd. Maar wij hebben er wel mee te maken. Europa vormt nog steeds de grootste economie te wereld maar China is aardig op weg het stokje over te nemen. Na Nederland, Engeland en Amerika beleeft China nu haar ‘Gouden Eeuw’ en niet voor de eerste keer. Het land met goedkope arbeid is ‘de fabriek van de wereld’. Met de invoering van de nieuwe zijderoute, een ontwikkelingsstrategie waarbij China een grotere mondiale rol wil gaan spelen, wordt hun economische en ook hun politieke macht belangrijk vergroot. Het land toont imperialistische ambities, vergelijkbaar met die van Rusland. Ik ben wel eens bang dat dit door Europa onderschat wordt. Voor DMT is China niet een interessante markt. Wij hebben er wel zaken gedaan en hebben een Chinese partner maar in het land die het ‘copyright to copy’ zichzelf eigen heeft gemaakt is deze markt voor ons niet
interessant. En als zij over specifieke kennis en ‘know-how’ willen beschikken dan kopen ze hier wel een bedrijf die hun dat kan geven. Wij werken in het oosten liever met landen als Maleisië, waar ze niet alleen onze producten maar ook onze filosofie en professionaliteit willen kopiëren.

Nu de verkiezingen voor een Europees parlement geweest zijn pleit ik voor een Verenigd Europa. Wij moeten een economisch machtsblok blijven vormen tegen imperialistische grootmachten als China, Rusland en, wel van een andere orde, opkomende economieën als Turkije en India. Daarom is het ook zo’n achterlijk idee dat Engeland nog steeds denkt aan de touwtjes te kunnen trekken met hun Brexit-gedoe: hoezo ’Britannia rule the waves’? Een Verenigd Europa kan in een goede, onderlinge samenwerking (leger, onderwijs, gezondheidszorg, vrij handelsverkeer van goederen en diensten etc.) zoveel meer bereiken voor een land dan als dat land het individueel zou moeten doen. Jammer dat die Europese integratie zo moeilijk verloopt, het hangt veelal van los zand aan elkaar. En goed, er kan in Brussel nog veel verbeterd worden met minder bureaucratie en een eerlijker verdeling van gelden maar daar kunnen wij goede mensen voor kiezen die dat voor ons bepleiten en bevechten. Dat zijn de afgevaardigden, de vertegenwoordigers en de lobbyisten die het voor ons moeten doen. Niet Jan met de pet of Henk & Ingrid of Johan & Anita die via referenda een woordje denken mee te willen spreken. Die weten immers van niets en we hebben in Engeland gezien wat er dan van komt. Dat is een zwart gat waar geen land in terecht wil komen.

Een voorbeeld van een goed werkend Verenigd Europa zie ik eigenlijk al dagelijks om mij heen. Binnen ons bedrijf DMT werken Engelsen, Grieken, Fransen, Belgen, Italianen, Spanjaarden, Zweden, Hongaren, Estlanders, Nederlanders en Friezen onderling al dermate goed samen dat het ‘de gewoonste zaak van de wereld’ is. En daarnaast werken wij net zo gemakkelijk met collega’s en partners in Amerika, Canada, Maleisië, Ierland en Israel. Dat zie ik ook als een van de grootse waarden binnen ons bedrijf: de jonge, ambitieuze en goed opgeleide cosmopolieten die met een gezonde instelling onderling samenwerken aan een schone en welvarende toekomst.
Daar zie ik wel gat in.


Erwin Dirkse
CEO DMT Environmental Technology

Als ik dit schrijf is het is de week van het kenterpunt. Gisteren was het nog winter. Vandaag staat de zon loodrecht boven de evenaar en dan begint in Nederland de lente. Meteorologisch was die al begonnen op 1 maart, astronomisch gezien rekenen wij vanaf 20 maart. Dag en nacht duren op de eerste lentedag overal ter wereld even lang. Behalve in ons land, daar duurt de dag 10 minuten langer… het zal ook niet zo zijn. Dus hadden wij 10 minuten langer de tijd om bij te komen van het grote politieke kenterpunt: de coalitie is haar meerderheid in de eerste kamer kwijt en de VVD heeft haar meerdere moeten erkennen in het Forum voor de Democratie als grootste partij van dit land. En wellicht wordt het klimatologisch ook een kenterpunt. Of niet… het is maar net hoe je het bekijkt. Het zal wel wat honderdsten graden opwarming van de aarde duren voordat wij daarop het antwoord zullen weten. Wordt Thierry Baudet de nieuwe James Bond 0,00007 die met 13 zetels in de eerste kamer korte metten zal maken van het, met de hakken over de sloot nog nét voor de provinciale statenverkiezing door de coalitie gesloten, klimaatakkoord? Of zal de coalitie, met Jesse Klaver aan het groen-linkse roer, een nieuwe koers uitzetten? Of zal de Partij van de Arbeid de sleutelrol gaan vervullen in het lostrekken van het klimaatakkoord? Niemand weet het nog en ik al helemaal niet. Daar heb ik niet écht verstand van en ik wil het op deze plek eigenlijk niet over politiek hebben. Maar wat ik wel weet: zo schiet het niet op…

Voordat er echt beleid gemaakt is van het klimaatakkoord en in de praktijk kan worden gebracht zijn wij zomaar een paar gesmolten ijsbergen verder. En Thierry de Slingeraar zal er zeker geen beleid van willen maken maar eerder gehakt. Maar ach, ook dat komt wel goed. Alles volgt de wetten van de natuurkunde, denk ik dan maar. Helt het de ene kant over dan zorgt tegenwicht op de andere kant wel weer voor een natuurlijke balans. Niets is nog zeker, niets is niet terug te draaien, er zit nog heel veel gas in de Nederlandse bodem en de buizen liggen er gelukkig nog. Natuurlijk moeten wij blijven werken aan het kunnen voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs in 2050 maar wellicht kunnen wij er ook via andere wegen komen. Een politieke verschuiving geeft wellicht ook ruimte voor andere inzichten en oplossingen. Maar goed, genoeg nu over de politiek, wij zullen het wel zien. Laat ik het over andere zaken hebben. Want terwijl de heren en dames politici zich druk maken over gewonnen of verloren zetels en hun, daarvan afhankelijke, persoonlijke toekomst, blijft ondernemend Nederland doorwerken aan verdienmodellen die geheel los staan van een politiek klimaatakkoord maar wel belangrijk kunnen zijn in het terugdringen van de CO2-uitstoot.

Dat zie ik als het grootste pluspunt van de laatste jaren. Het dringt langzamerhand door, bij een steeds grotere groep mensen, dat wij anders met onze aarde moeten omgaan. En ook kunnen omgaan. Er zijn al zoveel alternatieven voor fossiele energie. En die worden technisch en economisch gezien alleen maar beter. De ontwikkelingen gaan bizar snel. En er gaan nog meer alternatieven komen. Bovendien, wat ‘vandaag’ niet kan is ‘morgen’ wel haalbaar. Regelmatig komen er weer uitvindingen in het nieuws die tot de verbeelding spreken. Onlangs hebben onderzoekers van de universiteit in Leuven een zonnepaneel gepresenteerd dat waterstofgas maakt uit vocht in de lucht. Twintig van deze zonnepanelen zouden een gezin een heel jaar lang van stroom en warmte kunnen voorzien. En er is een Fries bedrijf in Drachten die een onderwatervlieger heeft ontwikkeld die met de (getijden)stroming van water energie kan opwekken. Het idee van een vlieger die in de lucht energie opwekt bestond al veel langer maar nu is er ook een Nederlands bedrijf die dit concept verder commercieel ontwikkelt. Een groot inspirator en pionier op dat gebied was astronaut Wubbo Ockels. Auto’s en boten die rijden op zonnestralen, de elektrische hogesnelheid Superbus… alles begint bij een goed idee. Hij zag zichzelf als ‘astronaut van ruimteschip Aarde’ en daagde de studenten uit: “Wij moeten stoppen met het kapot maken van de aarde. Iemand moet beginnen. Waarom wij dan niet?”. En over het energievraagstuk zei hij: “Er is absoluut geen energieprobleem, wij gebruiken alleen de verkeerde technologie”. En dat onderschrijf ik volledig ook al lijken sommige oplossingen te mooi om waar te zijn en vaak hoor je er dan ook niets meer van.

De techniek is er al en wordt alleen maar beter en efficiënter én economischer én goedkoper én gebruiksvriendelijker én zoveel mooiers meer. Kijk naar de hoeveelheid alternatieven: bio-ethanol, methanol, wind- en zonne-energie, groene waterstof voor energieopslag, groen gas, bio-LNG… Het vertrouwen is er, het draagvlak wordt steeds groter en ik durf met grote zekerheid te stellen: het komt goed. Een wereld met steeds minder CO2 uitstoot gaat er komen. En misschien worden de doelstelling van Parijs 2050 wel eerder gehaald door de alsmaar sneller ontwikkelende wetenschap en technologie. En door de veranderende ‘mindset’ van veel mensen. Als ook de grote oliemaatschappijen en energiebedrijven het inzicht krijgen dat het einde van het tijdperk van de fossiele energie nadert en andere verdienmodellen voorhanden zijn dan kan het snel gaan. Nu zijn er nog zoveel belangen (lees: macht en geld) die de echte doorbraak vertragen. Daar verandert een klimaatmars nog niet veel aan. Waar wij wel wat aan kunnen hebben is een sterkere en strengere overheid. Die zich niet alleen richt op het terugdringen van de CO2 uitstoot maar de problematiek op meerdere fronten tegelijk aanpakt. Die regels opstelt waardoor het niet meer mogelijk is of te duur wordt om water, verpakt in tomaten, heen en weer te laten rijden tussen Nederland en Spanje. Of die er voor zorgt dat de enorme uitstoot van zware stookolie terug wordt gedrongen op vrachtschepen die containers vol met wattenstokjes vanuit China naar Nederland vervoeren (als het al niet voortijdig over boord slaat). En meer van die onzin. Er is nog zoveel te winnen…

Maar uiteindelijk komt het goed. En op tijd. Daar ben ik van overtuigd. Het moment komt dat er meer geld is te halen uit een circulaire economie dan uit een lineaire economie. Het moment komt dat fossiele energie niet meer kan concurreren met nieuwe (CO2 uitstoot-vrije) energie. Het moment komt dat de schone en welvarende toekomst waar wij als DMT ook aan werken geen toekomst meer is… maar er gewoon is. Met of zonder politiek gedoe. Dàt is pas een kenterpunt.

Erwin Dirkse
CEO DMT Environmental Technology

Er is de laatste maanden geen ontkomen aan. Van alle kanten worden wij bestookt door diverse media met feiten, meningen, conclusies, doelstellingen, grafieken, prognoses en doemscenario’s voor de toekomst over alles wat maar met energie en klimaat te maken heeft. Directe aanleiding zijn de komende verkiezingen voor de provinciale staten en de ongebreidelde profileerdrang van de politieke partijen om kiezers voor hen te winnen. Niet direct voor die lokale verkiezingen – want wie interesseert dat nou écht behalve diegenen die op de kieslijst staan? – maar meer voor de toekomstige zetelverdeling in de eerste kamer. Speerpunt van de stemmen- (of stemming)makerij is het ophanden zijnde klimaatakkoord waar kennelijk zoveel over is te doen, te zeggen en te schrijven. Ik heb mij wel eens afgevraagd hoeveel CO2 uitstoot er zou zijn bespaard als iedereen, die geen verstand van de materie heeft, zijn of haar grote mond had dicht gehouden en hoeveel tienden van graden de aarde minder zou zijn opgewarmd als mensen en media zich niet zo druk zouden maken over zaken waar ze toch geen kennis van hebben. Want hoeveel energie heeft dat wel niet gekost?

Het is eigenlijk ‘van de zotte’ dat de overheid, en dan bedoel ik niet alleen de landelijke maar zeker ook de Europese overheid en zelfs de wereldpolitiek, het volk zo in die discussie meeneemt. Natuurlijk is het goed voor de bewustwording van de burger en voor het aansturen van gedragsverandering en onderschrijft het onze democratie maar verder? Het merendeel van de bevolking kan er toch niet écht over mee praten. Want wat weet die er nu van? Als wetenschappers, klimatologen en politici al niet op één lijn zitten en het voortdurend met elkaar oneens zijn, hoe moeten dan de goedgelovige burgers, laat staan klimaatspijbelaars, nog een eigen mening kunnen vormen over zoiets ingewikkelds als klimaatverandering en de mogelijke gevolgen daarvan?

Even ter illustratie. Op 28 januari 1974 stonden de kranten vol met artikelen over ‘de nieuwe ijstijd’ die er volgens een aantal vooraanstaande klimatologen aan stond te komen. Ik citeer: “De droogte en de overstromingen van de afgelopen tijd zijn toe teschrijven aan een ontwikkeling naar kouder weer op de wereld en enkele vrij drastische klimatologische veranderingen… De temperaturen zijn omstreeks 1880 begonnen testijgen maar sinds 1945 zijn de temperaturen aanzienlijk gedaald’. En ‘bewijs’ voor de aanstaande nieuwe ijstijd werd gevonden in de feiten dat het gordeldier in de Verenigde Staten – ‘dat zo van warmte houdt’ – naar het zuiden begon te trekken, in Engeland het gemiddelde groeiseizoen met twee weken was verkort en de scheepvaart op IJsland hinder ondervond van drijfijs. Tja, met de kennis van nu kunnen vinden wij dit hilarisch maar… hoe kijken wij over 45 jaar terug op de klimaatdiscussie van nu? Lachen wij er dan ook om? En zo ja, omdat wij zijn ingehaald door de werkelijkheid en alles gewoon is doorgegaan zonder dat het klimaat echt is verandert? Of weten wij tegen die tijd heel zeker dat, als wij destijds het klimaatakkoord niet hadden gesloten, wij nu ‘ten einde raad’ zouden zijn geweest? En dat de klimaatspijbelaars van toen hun gelijk hebben gekregen en nu als wijze, grijze zestigplussers hun vinger opsteken en zeggen: “Als wij toen niet hadden ingegrepen dan… dan… dan”. Of dat, ondanks alle maatregelingen die zijn genomen en alle klimaatdoelstellingen die zijn gehaald, de aarde onverminderd is blijven opwarmen en het IJsselmeer en de Waddenzee inmiddels weer in elkaar zijn overgelopen en herbenoemd zijn tot Zuiderzee en het strand van Scheveningen is opgeschoven tot aan de Utrechtse heuvelrug. Óf, en die kans acht ik het grootst, tegen die tijd zijn de wetenschap en de technische mogelijkheden zo ver ontwikkeld dat er geen grote vraagstukken over energie en CO2 uitstoot meer zijn. Wat nog niet wil zeggen dat daarmee de opwarming van de aarde en de zeespiegelstijging een halt is toegeroepen. Want over het oorzakelijk verband blijven de meningen van wetenschappers en klimatologen verdeeld. Misschien is dat tegen het jaar 2064 dan wel duidelijk geworden.

Voor nu blijft het voor iedereen voornamelijk gissen. Interessant is te zien hoe belangenpartijen de burger via de media bespelen. En de strekking, conclusies en aanbevelingen van de klimaatartikelen verschillen onderling net zoveel als de politieke kleur van het medium. De rechtse media verkondigen het beleid van de rechtste politiek, de linkse media die van de linkse politiek. Terwijl de feiten, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, hetzelfde zouden moeten zijn. Het gaat natuurlijk om de interpretaties én om de belangen. Even een voorbeeld, kort door de bocht. In het ene artikel staat dat een e-auto bijdraagt aan de reductie van de CO2 uitstoot. Ja, logisch zou je zeggen want de auto stoot geen uitlaatgassen meer uit. Maar in een ander artikel staat het tegenovergestelde: een elektrisch aangedreven auto draagt juist bij aan nog meer CO2 uitstoot. Want de stroom waar de auto op rijdt wordt door kolengestookte centrales geleverd. Wie heeft er gelijk? De consument, de ‘gewone’ burger weet het dan toch niet meer? Hoe kan die dan bewuste keuzes maken? Trouwens, de meesten hebben ‘hun principes’ in de portemonnee. Nu subsidie op elektrische auto’s is komen te vervallen is de verkoop dramatisch gekelderd. Dat zegt toch genoeg? Dat pleit er ook voor dat de overheid moet stoppen met dat halfslachtige, ‘pappen-en nathouden’ klimaatbeleid. Iedereen is beter af met strenge wet- en regelgeving die kan worden nageleefd. Dàt is de taak van de overheid. Ze mogen ondernemers en burgers wel stimuleren maar ze moet stoppen met richting aan te geven. En vooral met zèlf ondernemer te spelen. De overheid moet duidelijke kaders scheppen en laat dan de markt het vervolgens uitzoeken, die komt dan wel met een oplossing. Het door de regering éénzijdig opgelegde ‘wij moeten van het gas af’ getuigt van een oliedom beleid dat niet doordacht is en totaal niet effectief. En het kan ook helemaal niet. Met de toekomstige behoefte voor warmtepomp en e-auto heb je een veelvoud van het aantal wind- en zonneparken nodig wil je gasloze huishoudens goed kunnen bedienen. In de winter vraagt een gasloos gezin vijf keer zoveel stroom. De hele elektrische infrastructuur is daar helemaal niet op berekend en zou belangrijk moeten worden vernieuwd en verzwaard. De vraag naar stroom wordt dermate groot, daar kan zon en wind nooit in voorzien. Dus zal er extra stroom moeten worden opgewekt door fossiele centrales en dan zijn wij weer terug bij AF en u ontvangt geen € 200,00. Sterker nog, per woning gaat het u straks wel zo’n € 30.000,00 kosten. ‘Waar zijn wij bezig?’, vraag ik mij dan af. Terwijl wij een hoog capaciteit gasnet hebben liggen en wij aardgas effectief kunnen vervangen door CO2 neutraal synthetisch gas en biogassen. Daar kunnen wij als DMT goed bij adviseren en helpen. Nog interessanter wordt het als wij ons huidige aardgasnet, zowel aan land als aan zee, gaan gebruiken voor waterstof. De infrastructuur voor een grootschalige transitie van gas naar duurzame waterstof ligt er grotendeels al. En waterstof is ook goed in te zetten als opslag van overtollige wind- en zon energie. Als ik zie hoe ondernemers daar op inspelen en ook de Gasunie en Shell en de provincie Groningen deze initiatieven mee helpen te ontwikkelen en steunen (zie: Deltaplan waterstof VPRO Tegenlicht 10 februari NPO2) dan wordt ik écht blij en zie ik een schone en welvarende toekomst met alle vertrouwen tegemoet. Dan wordt klimaatbeleid (let op! klimaatspijbelaars) pas écht kinderspel.

Erwin Drikse
CEO DMT International

Gelukkig… wij zijn alweer een mooi stuk onderweg in het nieuwe jaar. Ver genoeg om de verplichte ‘beste wensen’ of ‘…en vooral een gezond nieuwjaar’ niet meer uit te hoeven spreken. Want dat wens ik u altijd toe, ongeacht wat de kalender hierover aangeeft. Het was mij het oudejaarsfeestje weer wel. Wat een idioterie. Zeventig miljoen miljoen euro in een paar minuten in rook te zien opgaan. En voor tonnen aan fijnstof, zware metalen en plastic de lucht in te schieten. Er is voor 14 miljoen euro schade aangericht en 434 vuurwerkslachtoffers zijn het ziekenhuis ingeschoten. En twee het mortuarium in. Een goed begin? Nou nee. Op zo’n moment denk ik dan: wat zijn wij toch een primitief volkje. Inwoners van een van de meest welvarende landen ter wereld, technisch en economisch tot heel veel in staat maar politiek en bestuurlijk niet bij machte om de excessen van groepen primaten te beteugelen. Een brevet van onvermogen. Over primitief gesproken…

Ongeveer twee maanden geleden, in dezelfde week dat er weer een ruimtesonde landde op Mars, werd bekend dat op het Noord-Sentineleiland een Amerikaanse missionaris is omgekomen door een regen van pijlen uit de bogen van het laatste oervolk op aarde: de Sentilezen. Het contrast kan niet groter. De techniek die er voor nodig is om de InSight-sonde op de rode planeet neer te zetten is bijna niet voor te stellen. De reis er naar toe duurde zeven maanden en was 482 miljoen kilometer ver. Met een uiterste precisie is de sonde, vol met hypermodern, wetenschappelijke technisch vernuft, met een snelheid van 20.000 kilometer per uur onder een hoek van 12 graden de dampkring van Mars binnengedrongen – één graad er naast en de sonde van ruim 1 miljard dollar was verbrand – en binnen zeven minuten met parachutes en remmotoren voldoende afgeremd tot het met een zacht plofje van 8 kilometer per uur op het Marsoppervlak kon landen. Nog geen negen minuten later had het de eerste selfie in de woestijn van Elysium Planitia al naar de Aarde doorgestuurd met op de achtergrond de horizon van Mars. Voor zover wij weten is de InSight-sonde niet onthaald met een regen van pijlen of van Marsgesteente door aldaar woonachtige aliens.

Dat overkwam de Amerikaanse geloofsverkondiger dus wel. Geheel in de traditie van de kerk had hij zijn zinnen er op gezet de ‘laatste wilden’ van deze planeet tot het christendom te bekeren. De Sentilezen waren hier duidelijk niet van gediend. Ondanks het verbod van de Indiase regering het eiland te betreden was onze dappere dodo door vissers op het maagdelijke strand afgezet en trad onder bescherming van kruis, bijbel en een stralende glimlach een wisse dood tegemoet. Ik geloof niet dat de Sentilezen dit vanuit agressie of kwaad hebben gedaan maar zij willen gewoon geen invloeden van buitenaf en dulden geen vreemdelingen, pottekijkers, autoriteiten of wie dan ook op hun eiland. En geef ze ongelijk, want wat voor goeds heeft dat in het verleden gebracht? Onder het mom van de missie zijn door het instituut kerk en haar vertegenwoordigers vele rijke en vredelievende inheemse culturen verstoord, weggevaagd, beroofd, onderdrukt, gemarteld en gedood. En was het niet een missionaris dan wel de ontdekkingsreiziger of de cultureel antropoloog die een spoor van bacteriën en virussen meedroegen die op hun beurt hele stammen hebben gedecimeerd of uitgeroeid. Logisch dat de Sentilezen ‘met de kennis van nu’ zeggen: “Blijf lekker daar waar jij bent en laat ons met rust. Wij redden ons prima: wij zitten de hele dag in de blote kont op het strand, duiken af en toe de branding in, vangen eens een visje, schieten met de blaaspijp een aapje uit de boom, gaan ’s avonds lekker barbecuen, drinken een glaasje palmwijn, doen een dansje en kruipen ’s nachts onder de bamboebladeren lekker tegen de rug van ons liefje aan. Wie doet ons wat?” Dat is dus het punt. Wie hun wat wil doen is de klos, en wordt lekgeschoten met pijlen, begraven op het strand, weer opgegraven en op bamboestengels gespietst met het gezicht naar de zee. Als een soort prehistorisch verbodsbord met de niet mis te vatten betekenis: verboden voor onbevoegden.

Ik vind dat mooi. Het contrast met de tijd waarin wij leven en waarin zij leven. Het is dezelfde tijd maar met voor ons en voor hun een heel andere betekenis. Zij leven nog op dezelfde wijze, in de steentijd, zoals ooit 40.000 jaar geleden in Afrika. Puur. Elke dag hetzelfde als de dag ervoor. En wij? Wij zijn alleen maar bezig met morgen, met groei, met technische ontwikkelingen, met kunstmatige intelligentie, met onmogelijke uitdagingen met als gevolg dat wij sondes op Mars kunnen zetten. Wij zeggen: ‘dit is dé sonde van deze tijd’. De Sentilees zou zeggen: ‘zonde van de tijd’. Want wij creëren verdienmodellen uit onze ontwikkelingsdrift, werken ons een slag in de rondte, trotseren files en stress en dat allemaal om uiteindelijk drie weken op vakantie te kunnen gaan om…. op het strand te zitten, lekker te BBQ-en, een drankje te drinken en een dansje te doen en.. en… Precies…! Dat doen de Sentilezen al duizenden jaren. Ik denk wel eens: “Wie is hier nu gek?”

Maar ja. Ik ben geen Sentilees en zal er niet een kunnen worden. Ze zien mij al aankomen met mijn technische oplossingen voor een schoner milieu. Ze lachen mij vierkant uit, doen een dansje en laten het pijlen regenen. Maar het heeft mij wel weer aan het denken gezet. De milieuproblematiek en de opwarming van de aarde is het gevolg van onze ongebreidelde expansiedrift. De prijs die wij hiervoor moeten betalen (in de betekenis van wat wij allemaal kwijt raken) is hoog. En de wetenschap zal er vast bij gebaat zijn om de samenstelling van Mars te onderzoeken maar laten wij vooral niet vergeten goed voor onze eigen planeet te zorgen. En wat wij kunnen herstellen moeten wij niet nalaten te doen. Het is nog niet te laat maar wij mogen onze ogen niet sluiten voor de tekens aan de wand. Wonen en leven op Mars is nog een utopie en het onbedorven, tropisch eilandje van de Sentilezen is voor ons allen wat te klein, bovendien laten de eilanders ons niet toe. Dus blijven wij van DMT maar beter werken aan een schone en welvarende toekomst. En als nu elke wereldburger dat principe hanteert dan komt het hier op aarde vast wel goed. Dáárvoor hoeven wij niet naar een andere planeet.

Erwin Dirkse

CEO DMT Environmental Technology

De vorige keer op deze plek schreef ik over Sinterklaas en zijn veelkleurige Piet. Ik zou het nu even over de Kerstman kunnen hebben. Maar ach… die goeie oude lobbes van een Kerstman, daar ga ik mij nu niet druk over maken. Toch is het wel een leuk weetje dat de Kerstman oorspronkelijk afstamt van onze Sinterklaas. Dat zit zo. Kolonisten uit Nederland die eind 19e eeuw naar Noord-Amerika emigreerden namen naast hun koffers ook hun eigen folklore en cultuur mee, waaronder het Sinterklaasfeest. In de loop van de tijd verbasterde de naam ‘Sinterklaas’ tot het huidige ‘Santa Claus’ en deed onze Sint in een iets andere outfit later zijn intrede weer in Nederland, én in de rest van de wereld. Ingewikkeld? Nee hoor, eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de Kerstman een leugen in een leugen is en een genetisch gemanipuleerde Sinterklaas. Maar wij kunnen ook vaststellen dat de Kerstman of Santa Claus of Father Christmas of Père Noël of Papá Noel… eigenlijk Neerlands grootste exportproduct aller tijden is. En als wij nu op tijd zo slim waren geweest het idee-, kopie-, model- en merkenrecht op Santa Claus te claimen dan waren wij nu met stip het rijkste land ter wereld geweest (nu bezetten wij de 14e plek, wat ook niet slecht is trouwens).

De Kerstman, en met hem de vele hulp-kerstmannen, hebben in Nederland nu wel een probleem. Er zijn bijna geen rendieren meer te krijgen om voor hun karretje te spannen nu Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen de voorraad edelherten drastisch aan het afschieten is. Hoe schrijnend is het als je weet dat veel rendierbouten en -ruggen tijdens het feest van hun baasje op het Kerstmenu prijken. Maar ja, de natuur mag niet zijn eigen gang gaan in een door regels en ambtenaren bestuurd Nederland. En zelfs de Partij voor de Dieren weet de afschot niet te voorkomen maar de herten in de natuur laten verhongeren is voor deze dierenvrienden ook geen optie. Die beelden zijn niet goed voor de publieke opinie. Vooral randstedelingen – die het verst van de natuur af staan – maken zich hier graag druk over en zien de Oostvaardersplassen als een hertenkamp waar je in de winter met goed geweten je aardappelschillen over het gaas kunt gooien om de hertjes even bij te voeren. “Ze zijn zo lief….” Maar het is de landelijke- en de provinciaalse politiek die het zover heeft laten komen. Een kek idee – wij creëren een nieuwe wildernis, da’s leuk joh! – eindigt daarmee in een bloederige nachtmerrie zonder winnaars, behalve misschien dan de poelier.

En zie wat er gebeurt. Niemand neemt écht verantwoordelijkheid voor de situatie die is ontstaan. Dat is het kenmerk van democratisch gekozen, openbare lichamen. Als het mis gaat kijkt iedereen de andere kant op. Churchill heeft al eens gezegd: “Democratie is de minst slechte regeringsvorm”. Maar hij was tenminste wel een leider. En dat zien wij steeds minder, frontmannen (of -vrouwen) die verantwoordelijkheid durven te nemen en ergens voor staan. Waar zijn ze gebleven? Premiers als Lubbers, Van Agt, Kok en politici als Bos en Bolkestein. Staatsmannen die echt voorop liepen, een duidelijke mening hadden en consequent waren in hun woorden en daden. Kom daar nu eens om. Met een minister-president die alles wat krom is recht weet te buigen en kabinetsleden die geen stelling durven te nemen maar zich lekker verschuilen onder de paraplu van de coalitie. Maar ja, het past in de tijd. ‘Afschuiven’ is onder politici het werkwoord van nu. En de ambtenaren doen het echte werk wel. Die zijn de consequente factor. Politici komen en gaan of verschuiven maar ambtenaren, die blijven zitten. Die soort heeft geen natuurlijke vijand.

Politicus of manager, het is om het even. Want een ander woord voor ‘afschuiven’ is ‘managen’. Een manager is per definitie aan het afschuiven ook al heet het in hun eigen jargon ‘delegeren’. En ja, dat past ook in de tijd van nu. De oprukkende managers nemen de macht over van de bestuurders en de ondernemers. En creëren vervolgens chaos die alleen zij weten te managen. Zo zorgen zij voor hun eigen onmisbaarheid en afhankelijkheid. In het bedrijfsleven is dat levensgevaarlijk. Managers die zand in de ogen strooien van de ondernemers en die bij opdoemende problemen – als zij door de vloer dreigen te zakken – weer verdwenen zijn vóórdat de CEO zijn ogen schoon heeft kunnen vegen. In andere tijden waren er ondernemers die tot de verbeelding spraken. Waar zijn ze gebleven? Entrepreneurs als Boymans van Beuningen, Anton, Frits of Gerard Philips, Fentener van Vlissingen… Ja, nu heb je John de Mol en Joop van den Ende. En er zijn er nog wel een paar te noemen maar échte grootheden? Die vanuit het niets een grote tent opzetten? Nieuwe jonge rijken genoeg, als je de Quote 500 mag geloven. Maar de meeste jongeren verdienen hun ‘goud geld’ in het voetbal, de DJ-muziek of de media industrie. Ondernemers met durf, toekomstvisie en kennis van hun eigen product zijn een uitstervend soort.

Ondernemerschap = leiderschap. En daar ontbreekt het vaak aan. Kijk naar premier Rutte, duidelijk een product van zijn tijd. Als voormalige personeelsmanager bij Unilever – met alle respect – ‘managed’ hij nu, als hoogste politieke baas, ons land. Hij lacht wat, draait wat met zijn kont, doet alsof zijn neus bloed, kijkt wat verongelijkt, schrijft een brief aan het volk en komt zo overal mee weg, als een échte manager (cynisch). Maar een échte manager (serieus) verstaat zijn ambt. En brengt de kennis, vakmanschap en kwaliteit over op anderen. Zoals Van Gaal, Koeman en Hiddink dat kunnen in het voetbal. Maar een voetballer kan een manager zijn maar een manager is nog geen voetballer. En een manager kan geen ondernemer zijn maar een ondernemer wel een manager. Snapt u het nog? Een geneesheer kan dus wel een ziekenhuis besturen maar een manager kan niet opereren, althans niet op de OK. Hoe dan ook, een goede manager moet een goede leider zijn. Die moet medewerkers bij een bedrijf, of ambtenaren bij overheden, motiveren en enthousiasmeren, een voorbeeld voor anderen zijn en iedereen met hun neus in de juiste richting sturen. Managers heb je in alle soorten en maten. Laatst hoorde ik iemand over een ‘tevredenheidsmanager’ en ik was er niet eens verbaasd over. Tot ik begreep dat deze manager krokettenbakker in de bedrijfskantine bleek te zijn. Ja, dan bak je ze wel héél bruin.

Ik hoop op z’n minst dat u met een tevreden gevoel de feestdagen in kunt gaan – manager of niet – en wens u fijne feestdagen en een voorspoedig, schoon en welvarend nieuw jaar.

Erwin Dirkse
CEO DMT Environmental Technology

“Waar gáát het over?” Deze vraag stel ik mijzelf vaker dan mij lief is. Eigenlijk alle keren als ik geconfronteerd wordt met onzin die ik op de televisie, de radio of op nieuwssites tegenkom. Ik verbaas mij met regelmaat waar mensen zich zoal druk over kunnen maken. Ook nu weer. Standaard laait in november de discussie weer op over de kleur van Piet, u weet wel, de knecht van Sinterklaas. Oh, sorry, ik bedoel: de collega van Sinterklaas, ‘knecht’ mag vast ook niet meer. Nog even en de discussie gaat ook over de kleur van Sinterklaas en over het geslacht van de goedheiligman: gaan ze roepen dat het beter is dat de kindervriend voortaan genderneutraal door het leven moet gaan want voordat je het weet komt een gekwetste kleuter met: #metoo/sinterklaas. Want die jurk en die baard, dat kan toch eigenlijk ook niet? Hoe verwarrend kan het zijn voor een kind. Terwijl, als een slim kind van vandaag éven Googelt, het weten kan dat het hele Sinterklaasfeest eigenlijk één grote ‘fake’ is. Goed voor het lekkers en de cadeautjes maar wat mag je als kind nu eigenlijk noggeloven? Alles is door die hele openbare ZP-discussie toch al lang verklapt? En om zeep geholpen? De intocht van Sinterklaas begeleidt door de Mobiele Eenheid. Wat een slechte surprise! Of maak ik mij nu druk om mensen die zich druk maken?

Over druk maken gesproken, heeft u het TV-programma ‘De rijdende rechter’ wel eens gezien? Het is niet te geloven hoe mensen zich druk kunnen maken over een overhangende boomtak, een te hoge of juist te lage schutting, het geluidoverlast van een parkiet of het gluren van de buren. Holland op z’n smalst. Nu begrijp ik wel, het is TV, het is amusement… maar toch. Trouwens, een gemiddeld debat in de Tweede Kamer is niet van een veel hoger niveau als de geshowde burenruzies. En zo gaat er heel wat kostbare tijd verloren aan onzin en onbenul. Vind ik. Maar anderen maken er juist gebruik van door er een verdienmodel uit te boetseren. Die het hedendaagse onbenul op schaamteloze wijze exploiteren en er goud geld mee verdienen. Debilisering en onbenul is van alle tijden maar door alle moderne media is het veel meer zichtbaar geworden. Via de televisie, het internet en de zogenaamde ‘sociale’ media (asociaal komt meer in de buurt) wordt de grootst mogelijke onzin verspreid. TV-formats worden steeds extremer om de kijker nog te kunnen vasthouden met als gevolg dat iedereen alle buitenissigheden als ‘normaal’ gaat vinden. Datingprogramma’s voor verstandelijk gehandicapten, campingbelevenissen van bejaarden, klussen met onhandigen, moeders die heter zijn dan hun dochter en klunzende boeren en bonkige truckers op zoek naar hun droomvrouw. Emmers vol onzin voor onverzadigbare onbenullen. Hét verdienmodel van Hilversum en van iedereen die mee danst op de Gooise matras.

Maar mensen laten zich graag voorstaan op onbenulligheid. Dat zit kennelijk nu eenmaal in onze aard. Vroeger stonden op kermissen en jaarmarkten ook al rijen volk voor de kassa om de vrouw met de baard, een Siamese tweeling, een zeemeermin in een aquarium, een man met een bochel of een Afrikaanse inboorling met een bot door zijn neus, met eigen ogen te kunnen zien. Rariteiten verkoopt. En op zich is daar niets mis mee. Het getuigt van goed ondernemerschap als je weet wat de mensen willen en daar vervolgens een verdienmodel op los laat. Er zijn al heel wat TV-producenten schathemeltjerijk geworden door de groots mogelijke onzin te verkopen aan volksstammen onbenullen in binnen- en buitenland. Er gaan miljarden om in de ‘onzinbusiness’, de belangen van media-exploitanten en de beurswaarde van bedrijven zoals Facebook en Instagram zijn dermate immens groot dat je eigenlijk niet meer spreken kunt van ‘onzin’, dat gaat wel degelijk ergens over. En dat betekent, dat ook onzin goed gemanaged moet worden om het tot een maximum te kunnen exploiteren. Vandaar dat er een relatie is tussen het grote volume onzin in de samenleving en het onevenredig percentage managers en adviseurs ten opzichte van andere beroepsgroepen. Een carrière als manager of consultant valt dus in zekere zin ook onder de noemer van exploitatie van het onbenul. En zijn er weer slimme ondernemers die daar weer van profiteren en zelfs opleidingen en cursussen aanbieden om gediplomeerd manager te kunnen worden. Omdat management geen vak is en zeker geen wetenschap komen de problemen vaak later bovendrijven. Is de manager eenmaal opgeklommen tot vitale posities in de onderneming, waar vakmanschap, ondernemingsgeest en leiderschap wordt gevraagd, dan gaat meestal het licht uit. De oplossing wordt dan vaak gezocht in eindeloos vergaderen en uiteindelijk in het inhuren van… een interim-manager. Dat is een kruising tussen een manager en een consultant, een van de gevaarlijke soort. Pas daar maar voor op.

En dan heb je nog de ‘Homo Politikiens’, de mensensoort die zichzelf heeft geëvolueerd voor een loopbaan (ze lopen wat af…) in de politiek of bij de overheid en die een speciaal gen hebben ontwikkeld dat zich heeft gericht op het organiseren van de samenleving. De goeden niet nagesproken maar er zijn de laatste tijd te veel ‘wannabees’ voorbij gekomen die uitgebreid de aandacht hebben gekregen in de media, gevraagd of ongevraagd. Mannen én vrouwen volksvertegenwoordigers die denken mede het beleid te kunnen bepalen maar wiens gedrag geen goed voorbeeld is voor de samenleving. Beschamend wat wij zoal hebben voorgeschoteld gekregen: openbare dronkenschap van Burgemeesters, handtastelijke kamerleden, hoerenlopende gemeenteraadsleden, fantaserende ministers, kasgraaiende partijleden, overspelige staatssecretarissen en bekvechtende kabinetsleden… Ach, je moet maar zo denken: het zijn net mensen. Maar of zij nu zelf af- of uittreden of zij krijgen hun congé, op wachtgeld zingen ze het allemaal wel een tijdje uit. En de samenleving merkt het verschil niet als ze vertrekken. Er verandert echt niets. Ik chargeer misschien een beetje en ik weet wel, de samenleving kan niet zonder openbaar bestuur en er gaat ook veel goed. Maar er zijn zeker functies die de maatschappij veel geld kosten maar die de samenleving onevenredig veel opleveren. In het commerciële bedrijfsleven zou dat al snel boven zijn komen drijven en er direct uit worden gesneden. Zonder pardon. Daar wordt de rede bepaald door ‘winst uit onderneming’. Gezond, nuchter, gericht op groei en persoonlijke ontwikkeling. Geen onzin of onbenul maar zin en wijsheid. Een verdienmodel gericht op een schone en welvarende toekomst, exploitatie van het gezonde verstand. Zoals wij het doen, dat kan ook. En daar maak ik mij graag wèl druk om.

Erwin Dirkse

CEO DMT Environmental Technology