HET KLIMAATAKKOORD IS OLIEDOM

Er is de laatste maanden geen ontkomen aan. Van alle kanten worden wij bestookt door diverse media met feiten, meningen, conclusies, doelstellingen, grafieken, prognoses en doemscenario’s voor de toekomst over alles wat maar met energie en klimaat te maken heeft. Directe aanleiding zijn de komende verkiezingen voor de provinciale staten en de ongebreidelde profileerdrang van de politieke partijen om kiezers voor hen te winnen. Niet direct voor die lokale verkiezingen – want wie interesseert dat nou écht behalve diegenen die op de kieslijst staan? – maar meer voor de toekomstige zetelverdeling in de eerste kamer. Speerpunt van de stemmen- (of stemming)makerij is het ophanden zijnde klimaatakkoord waar kennelijk zoveel over is te doen, te zeggen en te schrijven. Ik heb mij wel eens afgevraagd hoeveel CO2 uitstoot er zou zijn bespaard als iedereen, die geen verstand van de materie heeft, zijn of haar grote mond had dicht gehouden en hoeveel tienden van graden de aarde minder zou zijn opgewarmd als mensen en media zich niet zo druk zouden maken over zaken waar ze toch geen kennis van hebben. Want hoeveel energie heeft dat wel niet gekost?

Het is eigenlijk ‘van de zotte’ dat de overheid, en dan bedoel ik niet alleen de landelijke maar zeker ook de Europese overheid en zelfs de wereldpolitiek, het volk zo in die discussie meeneemt. Natuurlijk is het goed voor de bewustwording van de burger en voor het aansturen van gedragsverandering en onderschrijft het onze democratie maar verder? Het merendeel van de bevolking kan er toch niet écht over mee praten. Want wat weet die er nu van? Als wetenschappers, klimatologen en politici al niet op één lijn zitten en het voortdurend met elkaar oneens zijn, hoe moeten dan de goedgelovige burgers, laat staan klimaatspijbelaars, nog een eigen mening kunnen vormen over zoiets ingewikkelds als klimaatverandering en de mogelijke gevolgen daarvan?

Even ter illustratie. Op 28 januari 1974 stonden de kranten vol met artikelen over ‘de nieuwe ijstijd’ die er volgens een aantal vooraanstaande klimatologen aan stond te komen. Ik citeer: “De droogte en de overstromingen van de afgelopen tijd zijn toe teschrijven aan een ontwikkeling naar kouder weer op de wereld en enkele vrij drastische klimatologische veranderingen… De temperaturen zijn omstreeks 1880 begonnen testijgen maar sinds 1945 zijn de temperaturen aanzienlijk gedaald’. En ‘bewijs’ voor de aanstaande nieuwe ijstijd werd gevonden in de feiten dat het gordeldier in de Verenigde Staten – ‘dat zo van warmte houdt’ – naar het zuiden begon te trekken, in Engeland het gemiddelde groeiseizoen met twee weken was verkort en de scheepvaart op IJsland hinder ondervond van drijfijs. Tja, met de kennis van nu kunnen vinden wij dit hilarisch maar… hoe kijken wij over 45 jaar terug op de klimaatdiscussie van nu? Lachen wij er dan ook om? En zo ja, omdat wij zijn ingehaald door de werkelijkheid en alles gewoon is doorgegaan zonder dat het klimaat echt is verandert? Of weten wij tegen die tijd heel zeker dat, als wij destijds het klimaatakkoord niet hadden gesloten, wij nu ‘ten einde raad’ zouden zijn geweest? En dat de klimaatspijbelaars van toen hun gelijk hebben gekregen en nu als wijze, grijze zestigplussers hun vinger opsteken en zeggen: “Als wij toen niet hadden ingegrepen dan… dan… dan”. Of dat, ondanks alle maatregelingen die zijn genomen en alle klimaatdoelstellingen die zijn gehaald, de aarde onverminderd is blijven opwarmen en het IJsselmeer en de Waddenzee inmiddels weer in elkaar zijn overgelopen en herbenoemd zijn tot Zuiderzee en het strand van Scheveningen is opgeschoven tot aan de Utrechtse heuvelrug. Óf, en die kans acht ik het grootst, tegen die tijd zijn de wetenschap en de technische mogelijkheden zo ver ontwikkeld dat er geen grote vraagstukken over energie en CO2 uitstoot meer zijn. Wat nog niet wil zeggen dat daarmee de opwarming van de aarde en de zeespiegelstijging een halt is toegeroepen. Want over het oorzakelijk verband blijven de meningen van wetenschappers en klimatologen verdeeld. Misschien is dat tegen het jaar 2064 dan wel duidelijk geworden.

Voor nu blijft het voor iedereen voornamelijk gissen. Interessant is te zien hoe belangenpartijen de burger via de media bespelen. En de strekking, conclusies en aanbevelingen van de klimaatartikelen verschillen onderling net zoveel als de politieke kleur van het medium. De rechtse media verkondigen het beleid van de rechtste politiek, de linkse media die van de linkse politiek. Terwijl de feiten, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, hetzelfde zouden moeten zijn. Het gaat natuurlijk om de interpretaties én om de belangen. Even een voorbeeld, kort door de bocht. In het ene artikel staat dat een e-auto bijdraagt aan de reductie van de CO2 uitstoot. Ja, logisch zou je zeggen want de auto stoot geen uitlaatgassen meer uit. Maar in een ander artikel staat het tegenovergestelde: een elektrisch aangedreven auto draagt juist bij aan nog meer CO2 uitstoot. Want de stroom waar de auto op rijdt wordt door kolengestookte centrales geleverd. Wie heeft er gelijk? De consument, de ‘gewone’ burger weet het dan toch niet meer? Hoe kan die dan bewuste keuzes maken? Trouwens, de meesten hebben ‘hun principes’ in de portemonnee. Nu subsidie op elektrische auto’s is komen te vervallen is de verkoop dramatisch gekelderd. Dat zegt toch genoeg? Dat pleit er ook voor dat de overheid moet stoppen met dat halfslachtige, ‘pappen-en nathouden’ klimaatbeleid. Iedereen is beter af met strenge wet- en regelgeving die kan worden nageleefd. Dàt is de taak van de overheid. Ze mogen ondernemers en burgers wel stimuleren maar ze moet stoppen met richting aan te geven. En vooral met zèlf ondernemer te spelen. De overheid moet duidelijke kaders scheppen en laat dan de markt het vervolgens uitzoeken, die komt dan wel met een oplossing. Het door de regering éénzijdig opgelegde ‘wij moeten van het gas af’ getuigt van een oliedom beleid dat niet doordacht is en totaal niet effectief. En het kan ook helemaal niet. Met de toekomstige behoefte voor warmtepomp en e-auto heb je een veelvoud van het aantal wind- en zonneparken nodig wil je gasloze huishoudens goed kunnen bedienen. In de winter vraagt een gasloos gezin vijf keer zoveel stroom. De hele elektrische infrastructuur is daar helemaal niet op berekend en zou belangrijk moeten worden vernieuwd en verzwaard. De vraag naar stroom wordt dermate groot, daar kan zon en wind nooit in voorzien. Dus zal er extra stroom moeten worden opgewekt door fossiele centrales en dan zijn wij weer terug bij AF en u ontvangt geen € 200,00. Sterker nog, per woning gaat het u straks wel zo’n € 30.000,00 kosten. ‘Waar zijn wij bezig?’, vraag ik mij dan af. Terwijl wij een hoog capaciteit gasnet hebben liggen en wij aardgas effectief kunnen vervangen door CO2 neutraal synthetisch gas en biogassen. Daar kunnen wij als DMT goed bij adviseren en helpen. Nog interessanter wordt het als wij ons huidige aardgasnet, zowel aan land als aan zee, gaan gebruiken voor waterstof. De infrastructuur voor een grootschalige transitie van gas naar duurzame waterstof ligt er grotendeels al. En waterstof is ook goed in te zetten als opslag van overtollige wind- en zon energie. Als ik zie hoe ondernemers daar op inspelen en ook de Gasunie en Shell en de provincie Groningen deze initiatieven mee helpen te ontwikkelen en steunen (zie: Deltaplan waterstof VPRO Tegenlicht 10 februari NPO2) dan wordt ik écht blij en zie ik een schone en welvarende toekomst met alle vertrouwen tegemoet. Dan wordt klimaatbeleid (let op! klimaatspijbelaars) pas écht kinderspel.

Erwin Drikse
CEO DMT International