HET IS WEL GOED ZO

Er was eens… een tijd dat De Republiek Der Verenigde Nederlanden het machtigste rijk ter wereld was. Dat kleine kikkerlandje, dat uit de soevereine staten Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland, Zeeland, Drente (en voor de rest uit water) bestond, speelde de hoofdrol op het wereldtoneel. Dat was voornamelijk te danken aan een particuliere Nederlandse handelsonderneming, genaamd: De Vereenigde Oostindische Compagnie, destijds het grootste handelsbedrijf ter wereld en de eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen. In bijna tweehonderd jaar (1602-1800) heeft dit bedrijf, dat in meerdere landen vestigingen had, enorm bijgedragen aan de economische groei en welvaart van Nederland. In haar glorietijd had de VOC 25.000 werknemers in Azië in dienst en 3.000 personeelsleden in Nederland. Amsterdam dankt haar rijke geschiedenis en fraaie koopmanshuizen aan de VOC. Met de verovering van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden door Frankrijk kwam aan die hegemonie een einde. Maar de naam van ‘De Hollander’ als slimme ondernemer en handige handelaar was gevestigd. Onze huidige positie als natie is ontleent aan de basis van die tijd. Zonder de ondernemingsgeest en visie van een aantal kooplieden waren wij nu niet waar wij nu zijn.

Daar moeten wij het van hebben. Ondernemers die hun nek durven uit te steken en die zorgen voor groei: in omzet, in winst en in werkgelegenheid. Die er voor zorgen dat Nederland economisch draait, én goed draait en blijft draaien. En dat is moeilijk genoeg. In tijden van hoogconjunctuur zie je vaak dat de groei stabiliseert en consolideert en dat men wegzakt in zelfgenoegzaamheid: ‘het is wel goed zo’. De prikkel is er niet meer, blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Het Romeinse rijk is uiteindelijk aan decadentie ten onder gegaan, het ging te goed. Ook andere culturen zoals het Griekse, het Egyptische, het Maya en het Inca Rijk zijn na het hoogtepunt uiteengevallen. Niet dat ik bang ben dat Nederland aan het afglijden is maar wij moeten wel oppassen en waakzaam blijven. Grote Nederlandse ondernemingen zijn al in buitenlandse handen en wij zetten straks onze grootste melkkoe, de aardgaswinning, ook nog op stal. Maar misschien klopt deze tegelwijsheid wel: ‘het moet eerst slechter gaan wil het beter worden’.

In economieën waar het goed gaat blijven de meeste mensen graag in loondienst werken. Niets mis mee want dat is vaak het kapitaal van de onderneming en goede medewerkers wil men niet graag kwijt. Ik ook niet. Maar gaat het slecht met de onderneming en vallen er gedwongen ontslagen dan zie je ook dat er onverwacht ondernemers komen bovendrijven. Die gaan niet bij de pakken neerzitten maar nemen eigen initiatief. En durven risico te nemen en verkopen zelfs hun huis om aan startkapitaal te komen voor het uitvoeren van hun idee. Dat zijn de ondernemers die wij zoeken. Helaas zijn die op dit moment schaars en moeilijk te vinden. Het gaat hier te goed. Je komt ze wel tegen in de zogenaamde BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Landen waar de prikkel om het beter te krijgen dan je ouders dermate groot is dat er vele ondernemers zijn opgestaan en bedrijven hebben opgericht en inmiddels een belangrijke bijdrage leveren aan de groei van de economie. Als Afrika zijn infrastructuur op orde krijgt zal dat op termijn een van de grootste economieën ter wereld kunnen worden.

Ik was onlangs gevraagd om tijdens de WaterCampus Business Challenge in Leeuwarden een college te geven over ondernemerschap. Ik had mijn verhaal de titel: ‘The challenge of a proposition’ meegegeven. Mijn gehoor bestond uit een bont, internationaal gezelschap, van studenten tot 50-plussers, mannen én vrouwen en allemaal ‘ondernemers-in-de-dop’. Zij moesten in een week tijd via stoomcursussen een ondernemersplan in elkaar draaien op basis van hun idee, product of dienst. Maar toen ik mijn gehoor vroeg of er iemand was die wist wat het begrip ‘marketing’ inhield bleef het akelig lang stil. Uiteindelijk stak een Zweedse jongen voorzichtig een vinger op en zei dat hij er wel eens van had gehoord. En ik wist gelijk dat het een moeilijke ochtend zou worden. Daar lopen veel ideeën en plannen mank. Vooral bij techneuten. Die hebben vaak geen gevoel bij de markt, geen idee bij de behoefte van de klant en al helemaal niet hoe het naar buiten toe te brengen. Die kunnen jarenlang aan een idee werken zonder zich af te hebben gevraagd of er eigenlijk wel iemand is die daar op zit te wachten. Die kunnen zich niet verplaatsen in de klant. Hoe luidt de propositie naar de markt? Wat is het verdienmodel? Aan het eind van de week mochten de deelnemers hun plan in een ‘pitch’ presenteren. Tja… wat moet ik daar nou van zeggen, behalve dat ik was teleurgesteld en eigenlijk de meeste deelnemers het beste advies wou geven wat ik hun kon geven: ‘begin er niet aan, ga maar uit die dop’.

Ondernemen kun je niet leren, je kan er wel aanleg voor hebben en in een goede omgeving kan het verder ontwikkeld worden. Daarom zouden techneuten met een goed idee een multifunctioneel team moeten samenstellen waarin zij hun tekortkomingen door anderen laten aanvullen, met name op het gebied van commercie en marketing. Te vaak gebeurt het dat ‘het kind met het badwater wordt weggegooid’, dat er goede ideeën niet tot ontwikkeling kunnen komen omdat éénpitters er in verzanden of niet ‘het gouden idee’ of de kennis of het patent willen delen met anderen. Er zou een platform moeten komen waar (eigenwijze) techneuten en (slimme) ondernemers samen komen om ideeën, kennis, plannen en ambitie met elkaar te delen. Dit onder het motto: ‘If you can’t beat them join them”.

Wij hebben het binnen DMT ook meegemaakt dat wij als bedrijf in onze ontwikkeling stil bleven staan. Door het aangaan van samenwerkingsverbanden, allianties, overnames, participaties met kennisinstituten en door kennis en techniek te delen hebben wij onszelf weer los getrokken en is de trein weer gaan rijden.  Belangrijk is wel dat je weet wat het reisplan is en waar de trein naar toe moet rijden. Dat is simpel, de treinen van ondernemers hebben allemaal dezelfde bestemming: het vervullen van een behoefte van de klant, de ‘pain and the gain’. Dat hadden die handelsmannen van de VOC al vroeg voorzien. Ze brachten zout, specerijen, thee, koffie, porselein en andere goederen mee waarvan ze wisten dat de klant daar behoefte aan had nog voordat die daar zelf bewust van was en de meeste producten zelfs niet eens kenden. Marketing à la VOC in de Gouden Eeuw. Wij kunnen er nog altijd een voorbeeld aan nemen. Dus blijven wij ondernemen om in de behoefte te voorzien van een schone en welvarende toekomst.

Erwin Dirkse – CEO DMT Environmental Technology